De zaak in het kort
De rechtbank Rotterdam heeft geoordeeld dat de minister van Financiën terecht de aanvragen van een gedupeerde van de toeslagenaffaire heeft afgewezen voor overname en compensatie van geldschulden onder de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De eiseres had deze aanvragen ingediend, maar de minister heeft ze afgewezen, en de rechtbank heeft deze beslissingen in stand gehouden. De beroepen van de eiseres werden ongegrond verklaard.
Het verloop van het proces en de feiten
De eiseres, gedupeerd door de toeslagenaffaire, had bij de minister aanvragen gedaan voor de overname van drie geldschulden en compensatie voor 41 al betaalde geldschulden op grond van de Wht. Deze aanvragen werden in de zomer van 2023 afgewezen. Eiseres maakte bezwaar tegen deze besluiten. De minister verklaarde de bezwaren tegen de besluiten van 26 juni 2023 en 12 juli 2023 ongegrond. Ook de bezwaren tegen de besluiten van 19 juli 2023 en 2 augustus 2023 werden ongegrond verklaard. Eiseres stelde beroep in tegen deze beslissingen. Tijdens de zittingen op 9 december 2024 en 14 april 2025 werden de zaken behandeld en schorste de rechtbank het onderzoek. Uiteindelijk werd besloten geen nadere zitting te houden, en het onderzoek werd gesloten.
De eiseres betoogde dat de minister het motiveringsbeginsel had geschonden door de afwijzing van haar aanvragen onvoldoende te onderbouwen. Ze vond de uitleg van de codes die de minister gebruikte om de afwijzing te motiveren, onduidelijk. Tevens stelde ze dat de minister het zorgvuldigheidsbeginsel had geschonden door onvoldoende onderzoek te doen naar de afgewezen schulden.
De beslissing van de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de minister bij het motiveren van de beslissingen op bezwaar geen gebruik heeft gemaakt van codes, maar per schuld heeft uitgelegd waarom deze niet werd overgenomen of gecompenseerd. De rechtbank vond dat de minister het motiveringsbeginsel niet had geschonden, omdat de eiseres niet duidelijk maakte wat er precies onduidelijk was aan de motivering. Ook oordeelde de rechtbank dat de minister het zorgvuldigheidsbeginsel niet had geschonden, omdat het in deze gevallen aan de aanvrager is om de benodigde gegevens en bescheiden te verschaffen. De minister had geen verplichting om zelf uitgebreid onderzoek te doen naar de gegevens, vooral omdat de eiseres niet had aangegeven dat ze deze gegevens niet kon verkrijgen.
De rechtbank oordeelde verder dat de minister de aanvragen om overname of compensatie van de geldschulden terecht had afgewezen. Voor schulden die niet opeisbaar waren geworden, zoals bij de schulden aan ING en Santander SF Benelux BV, was er geen recht op compensatie volgens de Wht. Wat betreft de publieke schulden aan de Regionale Belasting Groep en UWV, oordeelde de rechtbank dat de terugbetalingen na de relevante data waren gedaan, waardoor deze niet in aanmerking kwamen voor compensatie. De rechtbank vond ook dat de betalingen aan de VvE [naam VvE] (oneven) te Schiedam vóór het ontvangen van het compensatiebedrag waren gedaan, wat eveneens uitsloot dat deze schulden voor compensatie in aanmerking kwamen.
Ten aanzien van de toepassing van de hardheidsclausule oordeelde de rechtbank dat de minister deze terecht buiten toepassing had gelaten. Hoewel de eiseres aangaf dat ze in financiële problemen verkeerde door de terugvorderingen van de Belastingdienst, oordeelde de rechtbank dat er binnen een redelijke termijn uitzicht was op een volledige aflossing van haar schulden, en er was geen sprake van serieuze en structurele financiële nood die de toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigde.
De rechtbank concludeerde dat de beroepen van de eiseres ongegrond waren, behalve voor het beroep tegen het niet-tijdig beslissen, dat niet-ontvankelijk werd verklaard omdat de minister inmiddels een besluit had genomen. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan de eiseres in verband met het beroep tegen het niet-tijdig beslissen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




