De zaak in het kort
In dit vonnis van de rechtbank Rotterdam, gedateerd 28 november 2025, wordt uitspraak gedaan in een geschil tussen een Vereniging van Eigenaars (VvE) en twee individuele gedaagden. De VvE heeft een vordering ingediend voor de betaling van achterstallige VvE-bijdragen, inclusief bijkomende kosten zoals rente en incassokosten. De kantonrechter heeft de vordering grotendeels toegewezen en de gedaagden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen.
Het verloop van het proces en de feiten
De VvE, vertegenwoordigd door incasso gerechtsdeurwaarders BoitenLuhrs, heeft [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gedagvaard om achterstallige VvE-bijdragen te betalen. De dagvaarding werd op 3 juni 2025 uitgebracht, gevolgd door een mondeling antwoord van de gedaagden en door hen overgelegde bijlagen. De VvE heeft haar eis vermeerderd, waarbij zij betaling eist van € 404,12 aan achterstallige bijdragen tot en met augustus 2025, kosten voor kadastrale recherche, rente en buitengerechtelijke incassokosten. Daarnaast vordert de VvE dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de maandelijkse VvE-bijdrage van € 174,17 vanaf september 2025 betalen, inclusief eventuele toekomstige aanpassingen van het bedrag.
[gedaagde 1] en [gedaagde 2] hebben de gelegenheid gehad om op de repliek te reageren, maar hebben hiervan geen gebruik gemaakt. De VvE heeft haar vordering onderbouwd met bewijs van de achterstand in betalingen, inclusief een specificatie van de verschuldigde bedragen en de gemaakte kosten. De gedaagden hebben de noodzaak van deze kosten en de hoogte van de bedragen niet betwist.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter heeft de vordering van de VvE grotendeels toegewezen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de VvE heeft aangetoond dat er een betalingsachterstand van € 348,34 bestaat, plus bijkomende kosten. De rechter heeft geoordeeld dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in verzuim zijn geraakt door de betalingen niet tijdig te voldoen, waardoor zij rente verschuldigd zijn. De incassokosten van € 48,40 zijn eveneens toegewezen omdat aan de voorwaarden voor vergoeding van deze kosten is voldaan.
De rechtbank heeft [gedaagde 1] en [gedaagde 2] veroordeeld tot betaling van de maandelijkse VvE-bijdrage van € 174,17, voor de duur van het lopende boekjaar. De rechter heeft echter besloten dat de toekomstige bijdragen pas kunnen worden vastgesteld wanneer het nieuwe jaar begint en de hoogte van de bijdrage bekend is. De wettelijke rente over de toekomstige VvE-bijdragen is ook toegewezen.
Daarnaast zijn [gedaagde 1] en [gedaagde 2] veroordeeld tot betaling van de proceskosten, die zijn begroot op € 632,29. Dit bedrag omvat de kosten voor dagvaarding, griffierecht, en het salaris van de gemachtigde van de VvE. De gedaagden zijn hoofdelijk aansprakelijk gesteld, wat betekent dat ieder van hen voor het volledige bedrag kan worden aangesproken, maar dat betaling door een van hen de ander bevrijdt van deze verplichting.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, aangezien de VvE dit heeft geëist en de gedaagden daar geen bezwaar tegen hebben gemaakt. Dit betekent dat de VvE het vonnis direct kan uitvoeren, ongeacht of er een hoger beroep wordt ingesteld. De rechtbank wijst alle overige vorderingen af.
De uitspraak, gedaan door kantonrechter mr. S.H. Poiesz, biedt een duidelijke veroordeling van de gedaagden tot betaling van de achterstallige VvE-bijdragen en bijkomende kosten. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige betaling van VvE-bijdragen en de gevolgen van het niet nakomen van deze verplichtingen, waaronder de verschuldigdheid van rente en incassokosten. De beslissing onderstreept ook de mogelijkheid voor een VvE om via juridische stappen betaling van achterstallige bijdragen af te dwingen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




