De zaak in het kort
De rechtbank Rotterdam heeft op 18 december 2025 uitspraak gedaan in een zaak tussen een appartementseigenaar, hierna [verzoeker] genoemd, en de Vereniging van Eigenaars (VvE) van een appartementencomplex in Rotterdam. [verzoeker] had de rechtbank verzocht om een besluit van de VvE te vernietigen. Dit besluit verplichtte de eigenaren in het complex tot het betalen van een eenmalige extra bijdrage voor het ophogen en opnieuw bestraten van het binnenterrein en de parkeergarage. [verzoeker] was het niet eens met deze bijdrage en wilde dat de werkzaamheden gespreid zouden worden volgens het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP). Daarnaast wilde hij een verklaring voor recht dat de beklinkerde parkeerplaatsen niet dienstbaar waren aan alle appartementseigenaren. De kantonrechter heeft beide verzoeken afgewezen en [verzoeker] in de proceskosten veroordeeld.
Het verloop van het proces en de feiten
[verzoeker] is eigenaar van een appartement en een bijbehorende stallingsplaats met een betonnen vloer in Rotterdam. Als lid van de VvE was hij uitgenodigd voor een vergadering op 23 juli 2025, waarin het besluit werd genomen dat alle eigenaren een extra bijdrage moesten betalen voor het onderhoud van de parkeergarage. Het betrof een eenmalige bijdrage van € 1.052,63 per eigenaar, nodig voor het ophogen en opnieuw bestraten van het terrein in 2026. [verzoeker] was het hier niet mee eens en stelde dat de werkzaamheden gespreid moesten worden zoals eerder gepland in het MJOP en de Meerjaren Onderhoudsbegroting (MJOB), waardoor een eenmalige extra bijdrage niet nodig zou zijn.
Tijdens de zitting op 5 december 2025 waren zowel [verzoeker] als vertegenwoordigers van de VvE aanwezig. De VvE voerde aan dat de werkzaamheden noodzakelijk waren en dat het terrein gemeenschappelijk was, waardoor de kosten voor rekening van de VvE kwamen. De VvE benadrukte dat het noodzakelijk was om de werkzaamheden in één keer uit te voeren, aangezien de verzakkingen ernstiger waren dan eerder gedacht en uitvoering in delen praktische nadelen met zich mee zou brengen.
De beslissing van de rechtbank.
De kantonrechter heeft het verzoek van [verzoeker] om het besluit van de VvE te vernietigen afgewezen. De rechter oordeelde dat de VvE in redelijkheid en naar billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen, gezien de ernst van de situatie en de noodzaak om verdere verzakkingen en gevolgschade te voorkomen. De VvE had voldoende bewijs geleverd dat het op korte termijn noodzakelijk was om het terrein op te hogen en opnieuw te bestraten.
Daarnaast werd [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om vast te stellen of de beklinkerde parkeerplaatsen dienstbaar zijn aan alle appartementseigenaren. De kantonrechter stelde dat een dergelijke vordering, die een verklaring voor recht betreft, moet worden ingesteld door middel van een exploot van dagvaarding.
Tot slot werd [verzoeker] veroordeeld tot het betalen van de proceskosten aan de VvE, aangezien hij ongelijk kreeg. De totale kosten werden begroot op € 510,-, inclusief salaris voor de gemachtigde en nakosten. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze meteen mag worden uitgevoerd, zelfs als er hoger beroep wordt ingesteld.
De kantonrechter merkte nog op dat [verzoeker] de mogelijkheid heeft om een nieuwe vergadering aan te vragen waarin de kwestie opnieuw kan worden besproken, mits hij de steun heeft van tenminste 10% van de stemmen binnen de VvE. Dit biedt [verzoeker] een mogelijke weg om zijn bezwaren in een toekomstige vergadering opnieuw aan de orde te stellen.
In conclusie bevestigt deze uitspraak het belang van het volgen van de vastgestelde procedures binnen een VvE en onderstreept het de verantwoordelijkheid van appartementseigenaren om hun financiële verplichtingen na te komen wanneer gemeenschappelijke besluiten worden genomen ter onderhoud van gedeelde faciliteiten. De rechter toont begrip voor de zorgen van individuele eigenaren, maar legt ook de nadruk op het grotere belang van het collectief binnen de VvE.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




