De zaak in het kort
De rechtbank Rotterdam heeft uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een last onder bestuursdwang had opgelegd aan een groothandel in cv-ketels. De last verplichtte de groothandel om reinigingsinstructies voor thermische desinfectie te verstrekken vanwege een legionellabesmetting die in verband werd gebracht met hun cv-ketels. De groothandel maakte bezwaar, waarbij zij aanvoerde dat een chemische reiniging effectiever zou zijn. De rechtbank oordeelde dat de opgelegde last niet langer rechtmatig was en besloot dat de last gewijzigd moest worden naar chemische desinfectie.
Het verloop van het proces en de feiten
Op 4 juli 2023 legde de staatssecretaris van Volksgezondheid een last onder bestuursdwang op aan de eiseres, een groothandel in cv-ketels. Deze last was gebaseerd op een rapport van het RIVM dat een verband legde tussen recent geïnstalleerde cv-ketels van de groothandel en gevallen van legionellabesmetting. De last verplichtte de groothandel om reinigingsinstructies voor thermische desinfectie aan de afnemers te verstrekken en een publiekswaarschuwing uit te laten gaan. Dit werd gedaan om de volksgezondheid te beschermen en verdere besmettingen te voorkomen.
De groothandel maakte bezwaar tegen deze last, waarbij zij onder andere stelde dat de thermische reiniging niet effectief zou zijn en chemische reiniging vereist was. In de bezwaarfase overhandigde de groothandel documenten die hun stelling ondersteunden. Ondanks deze nieuwe informatie werd het bezwaar ongegrond verklaard door de staatssecretaris in een besluit van 12 juli 2024, waarop de groothandel in beroep ging.
Tijdens de zitting op 11 september 2025 betoogde de groothandel dat de thermische reinigingsmaatregel onjuist en ineffectief was, gezien de legionella zich volgens hen in het inlaatgedeelte van de ketels bevond, dat met thermische middelen niet bereikt kon worden. Het RIVM-rapport, dat aanvankelijk de basis vormde voor de last, was gebaseerd op statistisch bewijs en epidemiologische verbanden. De rechtbank hoorde ook deskundigen van beide partijen, waaronder beleidsadviseurs en inspecteurs van de NVWA en RIVM.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris aanvankelijk terecht de last onder bestuursdwang had opgelegd, gezien de ernst van de situatie en het bewijs dat de ketels de bron van de besmetting waren. Echter, nadat uit aanvullend onderzoek bleek dat de legionella zich in de inlaat van de ketels bevond, was alleen thermisch reinigen niet langer adequaat. Chemische reiniging was nodig om de besmetting effectief aan te pakken.
De rechter concludeerde dat de last vanaf het moment van het bestreden besluit niet langer rechtmatig was, omdat de thermische desinfectie niet effectief zou zijn. De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit en kwam zelf tot een nieuwe beslissing. De rechtbank bepaalde dat de groothandel aan hun afnemers instructies moest verstrekken voor chemische desinfectie in plaats van thermische, en dat de last in die zin gewijzigd werd.
De rechtbank bepaalde verder dat de staatssecretaris het betaalde griffierecht van de groothandel moest vergoeden en veroordeelde de staatssecretaris in de proceskosten. De rechtbank vond dat de groothandel redelijk was in het inhuren van een deskundige en kende een deel van de kosten voor deze deskundige toe.
Deze uitspraak onderstreept de noodzaak van voortdurende evaluatie van maatregelen in het licht van nieuwe informatie om ervoor te zorgen dat opgelegde bestuursrechtelijke maatregelen effectief en rechtmatig blijven. De zaak toont ook de complexiteit aan die kan optreden wanneer statistisch bewijs en epidemiologische verbanden de basis vormen voor ingrijpende bestuursrechtelijke beslissingen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




