De zaak in het kort
In deze rechtszaak stond de vraag centraal of de Vereniging van Eigenaars (VvE) verantwoordelijk is voor schadevergoeding aan een appartementseigenaar, [eiser], vanwege vermeende lekkageschade in zijn woning. [eiser] had de VvE gedagvaard en eiste een schadevergoeding van € 14.591,28, plus rente, voor schade die volgens hem was ontstaan door lekkages afkomstig van gemeenschappelijke delen van het gebouw. De VvE betwistte de aansprakelijkheid en voerde aan dat de schade deels was veroorzaakt door ondeugdelijk onderhoud door de bovenburen van [eiser]. Bovendien had [eiser] geweigerd de door de VvE ingehuurde aannemer toegang te verlenen tot zijn woning voor herstelwerkzaamheden. De kantonrechter besliste uiteindelijk in het voordeel van de VvE.
Het verloop van het proces en de feiten
[eiser] bezat een appartement op de begane grond in Rotterdam. Begin 2022 meldde hij wateroverlast en schimmelproblemen aan de VvE. In reactie daarop schakelde de VvE een aannemer in om de standleiding te controleren en de schimmelproblematiek te onderzoeken. [eiser] maakte bezwaar tegen deze werkzaamheden, stellende dat de lekkage niet vanuit zijn woning kwam, maar veroorzaakt werd door omstandigheden bij zijn bovenburen.
De VvE zette desalniettemin de werkzaamheden voort, wat niet het gewenste resultaat opleverde. Een lekdetectiebedrijf stelde in een rapport vast dat eerdere werkzaamheden onjuist waren uitgevoerd, en adviseerde verdere reparaties in de badkamer, aangrenzende wand en keuken. De VvE gaf een andere aannemer de opdracht om deze reparaties uit te voeren, maar [eiser] weigerde de aannemer toegang tot zijn woning. Dit leidde tot een geschil over wie verantwoordelijk was voor de schade en de kosten van de herstelwerkzaamheden.
Tijdens de procedure stelde [eiser] dat de VvE geen verweer kon voeren omdat de vereiste machtiging van de vergadering ontbrak. De kantonrechter verwierp dit standpunt, wijzend op het feit dat de beheerder geen machtiging nodig heeft voor het voeren van verweer, alleen voor het instellen van rechtsvorderingen. De kantonrechter benadrukte dat het voeren van verweer in de regel in het belang van de VvE en haar leden is.
[h2]De beslissing van de rechtbank.
De kantonrechter oordeelde dat het geëiste bedrag van € 14.591,28 niet toegewezen kon worden. De reden was dat [eiser] in schuldeisersverzuim verkeerde door de aannemer geen toegang tot zijn woning te verlenen voor het uitvoeren van de noodzakelijke reparaties. Hierdoor kon de VvE haar verplichtingen niet nakomen.
Verder stelde de kantonrechter vast dat [eiser] onvoldoende had aangetoond dat de VvE aansprakelijk was voor de schade in de keuken. Het rapport van het lekdetectiebedrijf toonde weliswaar schade door lekkage aan, maar maakte niet duidelijk dat deze voortkwam uit een gebrek aan gemeenschappelijke gedeelten van het gebouw. Bovendien was volgens de VvE de lekkage in de keuken te wijten aan slecht onderhoud door de bovenburen, een stelling die door eerdere correspondentie van [eiser] zelf werd ondersteund. Omdat de gezamenlijke eigenaren (en niet de VvE) in beginsel aansprakelijk zijn voor gebreken aan gemeenschappelijke delen, en zij niet in de procedure waren betrokken, werd ook dit deel van de vordering afgewezen.
De kantonrechter veroordeelde [eiser] tot betaling van de proceskosten van de VvE, namelijk € 1.008,-, inclusief de wettelijke rente. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waardoor het vonnis direct kon worden uitgevoerd, ongeacht een eventueel hoger beroep.
In het oordeel werd benadrukt dat de kwestie beter tijdens een zitting had kunnen worden besproken. De afwezigheid van [eiser] tijdens de zitting werd als een gemiste kans beschouwd om een oplossing te vinden voor het conflict. De zaak illustreert het belang voor appartementseigenaren om goed samen te werken met hun VvE en tijdig juridische bijstand te zoeken om onnodige kosten en langdurige procedures te vermijden.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




