De zaak in het kort
In een kort geding voor de rechtbank Rotterdam hebben bewoners van een appartement in Vlaardingen (eisers) hun bovenburen (gedaagden) aangeklaagd wegens overlast door vogeluitwerpselen. De eisers stellen dat de gedaagden op hun balkon vogels voeren, wat leidt tot vervuiling en stank op hun eigen balkon. Ze vragen de rechtbank om een bevel tot stoppen met het voeren van de vogels en het verwijderen van voederbakken en andere attributen. Daarnaast eisen ze een schadevergoeding voor de schade aan hun zonnescherm veroorzaakt door vogeluitwerpselen. De rechtbank oordeelt dat de gedaagden het voeren van vogels moeten stoppen en de voederbakken verwijderen, maar wijst de schadevergoedingseis af.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding op 9 december 2025, gevolgd door een mondelinge behandeling op 18 december 2025. De eisers, die in een appartement wonen onder dat van de gedaagden, klaagden over overlast door de vele vogeluitwerpselen die op hun balkon en zonnescherm terechtkwamen. Zij beweerden dat deze overlast het gevolg is van het voeren van vogels door de gedaagden, die dit vanaf hun balkon doen. De gedaagden erkenden het voeren van de vogels, maar betwistten de mate waarin dit zou bijdragen aan de overlast.
De eisers hadden eerdere pogingen gedaan om de situatie op te lossen door de gedaagden en de Vereniging van Eigenaren (VvE) in te lichten over de overlast. Desondanks bleef de situatie onveranderd, wat leidde tot de juridische stappen. De eisers stelden dat de gedaagden sinds april/mei 2025 actief vogels voerden, hetgeen leidde tot een toename van de vogelpopulatie en daarmee geassocieerde overlast in de directe omgeving.
De gedaagden voerden aan dat het voeren van vogels een beperkte activiteit was en dat zij hier slechts sporadisch mee bezig waren. Zij presenteerden echter geen overtuigend bewijs om hun beweringen te ondersteunen. De rechtbank vond de verklaringen van de gedaagden weinig geloofwaardig, mede omdat zij niet adequaat reageerden op de klachten en brieven die door de eisers en de VvE waren gestuurd.
De beslissing van de rechtbank
De voorzieningenrechter in deze zaak oordeelde dat het voeren van vogels door de gedaagden leidt tot significante overlast, wat in strijd is met artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek (BW), waarin bepaald wordt dat een eigenaar niet op een wijze mag handelen die onrechtmatige hinder voor buren veroorzaakt. De rechter achtte het aannemelijk dat de gedaagden de vogels in zodanige mate voerden dat dit leidde tot herhaaldelijke terugkeer van de vogels, waardoor de omliggende balkons, inclusief dat van de eisers, werden vervuild.
De rechtbank legde een dwangsom op aan de gedaagden om te voorkomen dat zij doorgaan met het voeren van de vogels. Er werd bepaald dat zij €250 per dag moeten betalen voor elke dag dat zij de veroordeling niet naleven, tot een maximum van €5.000. Verder werden de gedaagden verplicht om alle voederbakken en andere attributen die het voeren van vogels mogelijk maken, binnen 48 uur na betekening van het vonnis van hun balkon te verwijderen.
De eis om schadevergoeding van €951,52 voor het zonnescherm van de eisers werd afgewezen. De rechter oordeelde dat het niet voldoende bewezen was dat de schade aan het zonnescherm uitsluitend het gevolg was van het voeren van de vogels door de gedaagden. Daarbij werd ook in overweging genomen dat het zonnescherm al sinds 2007 in gebruik was en dat er in de loop der jaren andere vormen van vervuiling konden zijn ontstaan.
Tot slot werden de gedaagden veroordeeld in de proceskosten, die op een totaal van €1.764,39 werden vastgesteld. De rechter verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de uitspraak onmiddellijk moet worden nageleefd, ongeacht een eventueel beroep door de gedaagden.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




