De zaak in het kort
In deze zaak heeft de rechtbank Rotterdam een kort geding behandeld waarin de eiser, de huurder van een woning, de verhuurder heeft gedagvaard omdat de verwarmingsinstallatie in zijn woning defect is en niet is gerepareerd of vervangen. De huurder heeft al eerder een kort geding gewonnen waarin de verhuurder werd veroordeeld om de installatie te repareren of te vervangen. Echter, de verhuurder heeft deze veroordeling niet nageleefd, waardoor de huurder opnieuw naar de rechter is gestapt. De huurder eist nu dat de installatie binnen 48 uur wordt gerepareerd of vervangen, anders wil hij een dwangsom van € 150,- per dag. Daarnaast vraagt hij om een vergoeding voor hotelkosten.
Het verloop van het proces en de feiten
De huurder, hierna aangeduid als [eiser], heeft op 5 januari 2026 het probleem met de verwarmingsinstallatie gemeld bij de verhuurder, hierna aangeduid als [gedaagde]. Ondanks meerdere verzoeken heeft [gedaagde] de installatie niet gerepareerd of vervangen. In een eerder kort geding, dat plaatsvond op 4 februari 2026, is [gedaagde] veroordeeld om de verwarmingsinstallatie te herstellen. [eiser] heeft na dit vonnis diverse pogingen ondernomen om [gedaagde] te bewegen actie te ondernemen, waaronder het versturen van meerdere e-mails met het vonnis. Toen er geen reactie kwam, werd een tweede kort geding aangespannen.
Tijdens de zitting op 16 februari 2025, waarbij [eiser] en [persoon B] namens [gedaagde] aanwezig waren, stelde [eiser] dat hij nog steeds zonder verwarming zit en daarom een dwangsom en vergoeding voor hotelkosten eist. [gedaagde] gaf aan dat zij pas recentelijk op de hoogte is gesteld van het vonnis en dat het moeilijk is om snel een installateur te regelen, mede door de voorjaarsvakantie en de mogelijke noodzaak van een nieuwe rookgasafvoer waarvoor toestemming van de VvE nodig is.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter oordeelt dat [eiser] een spoedeisend belang heeft en daarom niet hoeft te wachten op de uitkomst van een reguliere procedure. Er is sinds het vonnis van 4 februari 2026 geen actie ondernomen door [gedaagde], die al sinds begin januari op de hoogte is van het probleem. De rechtbank besluit dat [gedaagde] binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis de verwarmingsinstallatie moet repareren of vervangen, en legt een dwangsom van € 150,- per dag op voor elke dag dat [gedaagde] hier niet aan voldoet, met een maximum van € 15.000,-. De eis voor hotelkosten wordt afgewezen omdat [eiser] niet aannemelijk heeft gemaakt dat het noodzakelijk was om in een hotel te verblijven, en hij zijn schade had kunnen beperken door bijvoorbeeld een elektrische kachel te gebruiken. De proceskosten worden ten laste van [gedaagde] gebracht, die grotendeels ongelijk krijgt, en worden begroot op € 298,67. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat het direct ten uitvoer kan worden gelegd, ook als [gedaagde] in hoger beroep gaat.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.


