VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBZWB:2025:9664 VvE-bijdrageverplichting, opschorting afgewezen

by VvERechstpraak.nl
06/02/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In deze civiele procedure oordeelt de rechtbank Zeeland-West-Brabant over een geschil tussen een Vereniging van Eigenaars (VvE) en een van haar leden, de gedaagde, over de betaling van de jaarlijkse ledenbijdrage. De VvE vordert betaling van een achterstallige ledenbijdrage van € 3.600,00 van de gedaagde. De gedaagde voert een verweer op basis van opschorting, waarbij hij de VvE verwijt dat er geen onderhoud aan het gebouw wordt gepleegd. De rechtbank onderzoekt de geldigheid van dit verweer en de vraag of de gedaagde gehouden is om de gevorderde bedragen te voldoen.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:1424 – verdeling woning na beëindiging relatie

ECLI:NL:RBDHA:2025:27027 echtscheiding en verdeling huwelijksgemeenschap

ECLI:NL:RBZWB:2026:492 mondelinge uitspraak forensenbelasting ongegrond

Het verloop van het proces en de feiten

De procedure begon met een dagvaarding door de VvE, waarna diverse processtukken werden uitgewisseld, waaronder een tussenvonnis van 23 juli 2025. Tijdens de mondelinge behandeling op 19 augustus 2025 werden zowel de onderhavige zaak als een samenhangende verzoekschriftprocedure behandeld. De gedaagde had in reconventie een vordering ingediend, die door de kantonrechter werd behandeld als een verzoekschriftprocedure met instemming van beide partijen.

De feiten in deze zaak zijn als volgt: de gedaagde is eigenaar van een appartementsrecht in een complex dat vier woningen en een bedrijfsruimte omvat. Tijdens de vergaderingen van de VvE op 27 januari 2024 en 31 januari 2025 werd een ledenbijdrage van € 200,00 per maand vastgesteld. De gedaagde heeft echter nagelaten deze bijdragen te betalen, wat resulteerde in een achterstand van € 3.600,00.

De VvE stelde dat de gedaagde verplicht is om bij te dragen aan de gemeenschappelijke kosten zoals besloten tijdens de vergaderingen. De gedaagde voerde aan dat hij zijn betaling opschortte omdat de VvE het gebouw niet onderhoudt. Hij betwistte echter niet dat de VvE bezig was met plannen voor noodzakelijk onderhoud, maar bekritiseerde de wijze van bestuur door de VvE.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank oordeelde dat de gedaagde gehouden is om de ledenbijdrage te betalen zoals vastgesteld tijdens de vergaderingen van de VvE. Het beroep op opschorting door de gedaagde werd afgewezen omdat er geen sprake is van een opeisbare vordering van de gedaagde op de VvE. De rechtbank verwees naar vaste rechtspraak dat een appartementseigenaar geen recht heeft op opschorting zonder gebruik te maken van specifieke juridische procedures.

De kantonrechter benadrukte dat, hoewel er problemen met het onderhoud zijn erkend door de VvE, het niet betalen van de bijdrage niet de juiste manier is om deze problemen op te lossen. Het beroep van de gedaagde op opschorting werd daarom als ongeldig beschouwd. De rechtbank veroordeelde de gedaagde tot betaling van de hoofdsom van € 3.600,00, vermeerderd met wettelijke rente over € 3.000,00 vanaf de dagvaarding tot de dag van volledige betaling.

Ook werd de gedaagde veroordeeld in de proceskosten van € 1.337,14, inclusief de kosten van de dagvaarding, griffierecht, en het salaris van de gemachtigde van de VvE. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten werden echter afgewezen omdat de VvE niet had voldaan aan de stelplicht voor de verschuldigdheid van deze kosten.

ADVERTISEMENT

Tot slot werd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de VvE direct uitvoering kan geven aan het vonnis ondanks eventueel hoger beroep van de gedaagde. De kantonrechter wees alle overige vorderingen en verweren af, waarmee de uitspraak in deze zaak werd afgerond.

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBZWB:2025:9665 VvE-besluiten vernietiging afgewezen; verkeerde juridische weg gekozen

Next Post

ECLI:NL:RBDHA:2026:1424 – verdeling woning na beëindiging relatie

Gerelateerde uitspraken>>>

Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBDHA:2026:1424 – verdeling woning na beëindiging relatie

06/02/2026
Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBDHA:2025:27027 echtscheiding en verdeling huwelijksgemeenschap

05/02/2026
Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBZWB:2026:492 mondelinge uitspraak forensenbelasting ongegrond

05/02/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.