De zaak in het kort
De rechtszaak draait om een conflict tussen eigenaren van appartementen, [verzoekers], en de Vereniging van Eigenaren (VvE) van hun appartementencomplex. De VvE had tijdens een vergadering besloten tot renovatie van de lift, wat volgens de verzoekers niet rechtsgeldig was omdat het niet met de vereiste gekwalificeerde meerderheid van stemmen was aangenomen. De verzoekers eisten nietigverklaring en vernietiging van het besluit op grond van procedurele fouten en wezen op een alternatieve, goedkopere offerte voor het onderhoud. De kantonrechter in Breda heeft het beroep van [verzoekers] op nietigverklaring en vernietiging van het besluit afgewezen.
Het verloop van het proces en de feiten
[Verzoekers] zijn appartementseigenaren in een complex dat wordt beheerd door een VvE. Op 2 december 2024 vond een algemene ledenvergadering plaats waarin werd gestemd over de renovatie van de lift. 28 van de 52 stemmen waren voor de renovatie, terwijl er 19 stemmen tegen waren. [Verzoekers] stelden dat er een gekwalificeerde meerderheid van twee derde nodig was voor dergelijke besluiten volgens de splitsingsakte en het Modelreglement 1992, dat van toepassing is op de VvE.
Tijdens de procedure, die begon met een verzoekschrift van [verzoekers], werden diverse verweerschriften ingediend door de VvE en andere belanghebbenden. [Belanghebbende 3] heeft ook tegenverzoeken ingediend, maar deze werden niet ontvankelijk verklaard omdat ze geen verband hielden met het oorspronkelijke verzoek.
Het appartementencomplex is verdeeld in 26 appartementsrechten en de lift is een gemeenschappelijk onderdeel. In de splitsingsakte is bepaald dat onderhoudsbesluiten door een eenvoudige meerderheid kunnen worden genomen, maar dat voor grotere uitgaven buiten regulier onderhoud een tweederde meerderheid vereist is. De VvE stelde dat de liftvervanging onder regulier onderhoud viel, terwijl [verzoekers] dit betwistten en aanvoerden dat er geen meerdere offertes waren opgevraagd.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter heeft geoordeeld dat het besluit over de liftvervanging als regulier onderhoud beschouwd kan worden. Het vervangen van het besturingssysteem, de cabine en de etagetableaus van de lift was volgens de rechter noodzakelijk om de lift veilig en langdurig bruikbaar te houden. Aangezien de lift ook in het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) voor 2025 was opgenomen, en de algemene ledenvergadering hiermee had ingestemd, was de meerderheid van stemmen voldoende voor het besluit.
Het beroep van [verzoekers] op nietigheid werd afgewezen omdat de rechter oordeelde dat de regels voor gekwalificeerde meerderheid niet van toepassing waren op deze onderhoudsmaatregel. Ook het beroep op vernietiging wegens het niet opvragen van meerdere offertes werd afgewezen. De kantonrechter vond dat de VvE een contract had met de uitvoerder van de liftwerkzaamheden en dat het voor de hand lag om hen de offerte te laten opstellen. De door [verzoekers] ingebrachte goedkopere offerte werd niet als volwaardig alternatief gezien.
De kantonrechter verklaarde de tegenverzoeken van [belanghebbende 3] niet ontvankelijk omdat ze betrekking hadden op een ander geschil. Er was geen sprake van connexiteit met het oorspronkelijke verzoek van [verzoekers]. Wat betreft de proceskosten werd besloten dat deze gecompenseerd zouden worden, wat betekent dat elke partij haar eigen kosten draagt.
In samenvatting heeft de kantonrechter de verzoeken van [verzoekers] afgewezen omdat de VvE correct heeft gehandeld volgens de splitsingsakte en het Modelreglement. De besluitvorming omtrent het onderhoud van de lift was in overeenstemming met de vereiste procedures en het beroep op nietigverklaring en vernietiging van het besluit werd niet gehonoreerd. De VvE hoeft hierdoor niet aan de door [verzoekers] gestelde eisen te voldoen en de renovatie van de lift kan doorgaan zoals gepland.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



