VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBZWB:2026:1744 wijziging partneralimentatie wegens verlaagde inkomsten man

by VvERechstpraak.nl
21/03/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

Deze juridische procedure betreft een verzoek tot wijziging van de partneralimentatie tussen een man en een vrouw die van 1998 tot 2023 gehuwd waren. De man heeft verzocht om de overeengekomen partneralimentatie van € 638,85 per maand te verlagen, vanwege een verandering in zijn financiële situatie. Sinds de echtscheiding is zijn inkomen gedaald doordat zijn dienstverband is beëindigd na twee jaar ziekte en hij nu uitsluitend een WIA-uitkering ontvangt. De vrouw erkent dat de financiële situatie van de man is veranderd en heeft geen bezwaar tegen de wijziging van de alimentatie, mits haar behoefte aan een bijdrage wordt erkend. De rechtbank beoordeelt de draagkracht van de man en de behoefte van de vrouw aan alimentatie, rekening houdend met de werkelijke woonlasten van de man.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBZWB:2026:1719 Dispuut over huurbeëindiging en woningoplevering

ECLI:NL:RBNHO:2026:2991 Opleveringsgeschil bedrijfsverzamelgebouw

ECLI:NL:RBZWB:2026:1719 – Vonnis over huurbeëindiging en opleveringsgeschil

Het verloop van het proces en de feiten

Het proces begon met een verzoekschrift van de man op 10 juni 2025, waarin hij verzocht de partneralimentatie op nihil te stellen. Hij diende dit verzoek in op basis van zijn gedaalde inkomen, dat nu alleen uit een WIA-uitkering bestaat. De vrouw diende een verweerschrift in en erkende de gewijzigde omstandigheden van de man. Tijdens de zitting op 13 januari 2026 hebben beide partijen hun standpunten toegelicht. De man heeft zijn primaire verzoek tot nihilstelling tijdens de zitting ingetrokken, omdat hij de behoefte van de vrouw aan een bijdrage erkent.

De rechtbank heeft de financiele situatie van beide partijen onderzocht, waarbij de man zijn werkelijke woonlasten heeft opgevoerd als hoger dan zijn woonbudget. Hij betoogde dat deze lasten niet vermijdbaar zijn. De vrouw stelde dat de man zijn hogere woonlasten niet op haar mocht afwentelen door een lagere alimentatie te vragen. De rechtbank moest bepalen of de woonlasten van de man hoger waren dan het normbedrag dat voor hem geldt en of hiermee rekening gehouden moest worden bij het vaststellen van zijn draagkracht.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank erkende de relevante wijziging in de financiële omstandigheden van de man en besloot dat de partneralimentatie aangepast moest worden. De rechtbank stelde vast dat de man een netto besteedbaar inkomen (NBI) heeft van € 2.294 per maand en dat zijn werkelijke woonlasten € 783 per maand bedragen, wat hoger is dan het voor hem geldende woonbudget van € 688 per maand. De rechtbank oordeelde dat deze woonlasten niet vermijdbaar en onvermijdbaar zijn, en hield hiermee rekening bij de berekening van de draagkracht van de man.

De draagkracht van de man werd vastgesteld op € 188 bruto per maand, rekening houdend met het belastingvoordeel dat hij ontvangt door het betalen van partneralimentatie. De rechtbank wijzigde de door de man te betalen partneralimentatie met ingang van 1 december 2025 naar € 188 bruto per maand, wat voor het eerst op 1 januari 2027 zal worden geïndexeerd. De rechtbank verklaarde deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees verder of ander verzochte af. Beide partijen kunnen binnen drie maanden na de uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, indien zij dat wensen.

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ADVERTISEMENT
ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:GHAMS:2026:774 gerechtshof bekrachtigt vervangende machtiging B&B exploitatie

Next Post

ECLI:NL:RBNHO:2026:2510 conflict tussen voormalige partners over zakelijke schadevergoedingen

Gerelateerde uitspraken>>>

VvE-Incasso

ECLI:NL:RBZWB:2026:1719 Dispuut over huurbeëindiging en woningoplevering

21/03/2026
VvE-Incasso

ECLI:NL:RBNHO:2026:2991 Opleveringsgeschil bedrijfsverzamelgebouw

21/03/2026
VvE-Incasso

ECLI:NL:RBZWB:2026:1719 – Vonnis over huurbeëindiging en opleveringsgeschil

20/03/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.