VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBZWB:2026:197 aansprakelijkheid waterschap en gemeente voor beschoeiing

by VvERechstpraak.nl
19/02/2026
Reading Time: 3 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In deze juridische kwestie stond de Vereniging van Eigenaren (VvE) van een appartementencomplex tegenover het Waterschap Brabantse Delta, de gemeente Steenbergen en een vennootschap onder firma (VOF) die een jachthaven beheert. De VvE had schade ondervonden door een gebrekkige beschoeiing langs hun perceel en was van mening dat deze partijen aansprakelijk waren voor de schade. De VvE eiste een schadevergoeding van € 10.750,00, met verdere schadevergoeding nader op te maken bij staat. De rechtbank moest bepalen of de partijen inderdaad onrechtmatig hadden gehandeld en aansprakelijk waren voor de schade aan de beschoeiing.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2026:416 bewoners veroorzaken schimmel, geen gebrek erkend

ECLI:NL:GHDHA:2024:2680 gerechtshof stelt waarde woning vast op €370.000

Het verloop van het proces en de feiten

De zaak begon met een dagvaarding aan de betrokken partijen. De VvE had gedurende een aantal jaren problemen ondervonden met de beschoeiing die hun perceel scheidde van een nabijgelegen watergang. Deze beschoeiing was in 1985 geplaatst door het toenmalige Hoogheemraadschap, de voorloper van het huidige Waterschap. In de periode van februari 2014 tot juni 2019 communiceerde de VvE met het Waterschap, de gemeente en de VOF over het herstellen van de beschoeiing, die volgens hen gebreken vertoonde. Ondanks een mediationtraject van juni 2019 tot oktober 2023, werd er geen overeenstemming bereikt. De VvE besloot daarom juridische stappen te ondernemen.

De VvE stelde dat de beschoeiing door de golfslag van boten beschadigd was, waardoor water door de kapotte beschoeiing stroomde en de grond daarachter wegspoelde. Dit leidde tot verzakking van de bodem, wat verder negatieve gevolgen had voor de waterkering en de tuinen van de appartementseigenaren. De VvE wilde de kosten voor het herstel van de schade verhalen op het Waterschap, de gemeente en de VOF.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank beoordeelde de zaak op basis van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek, dat de voorwaarden voor onrechtmatige daad en aansprakelijkheid voor schadevergoeding behandelt. De rechtbank vond dat de VvE niet had aangetoond dat de betrokken partijen onrechtmatig hadden gehandeld.

Ten aanzien van het Waterschap oordeelde de rechtbank dat de onderhoudsplicht van het Waterschap niet verder reikte dan het in stand houden van de waterkering voor de goede werking van de waterhuishouding. Er was geen bewijs dat de werking van de waterkering was aangetast door de problemen met de beschoeiing. Het Waterschap was dus niet nalatig in zijn plicht.

De gemeente werd verweten dat ze als eigenaar van de jachthaven geen maatregelen had genomen om het scheepvaartverkeer ordelijk te laten verlopen. Echter, de rechtbank vond dat er geen bewijs was dat de gemeente door nalaten onrechtmatig handelde, aangezien het niet onderhouden van de beschoeiing niet direct als onrechtmatig werd gezien.

De VOF kreeg het verwijt niet goed te begeleiden en instrueren van schippers, wat volgens de VvE leidde tot schade aan de beschoeiing. De rechtbank oordeelde dat de VOF niet verantwoordelijk was voor het gedrag van de schippers en dat er onvoldoende bewijs was dat de vaargeul niet correct was ingericht.

ADVERTISEMENT

De rechtbank concludeerde dat de VvE niet had voldaan aan de stelplicht om aan te tonen dat de partijen onrechtmatig hadden gehandeld. Daarom werd hun vordering afgewezen en werden ze veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van de tegenpartijen. De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor wat betreft de proceskostenveroordelingen. Hierdoor moest de VvE de proceskosten van elke partij afzonderlijk, inclusief wettelijke rente, betalen.

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBROT:2026:1390 bestuursdwang cv-ketels en legionellabesmetting

Next Post

ECLI:NL:RBMNE:2026:496 huurverhoging toegewezen, servicekosten afgewezen, oneerlijk incassobeding

Gerelateerde uitspraken>>>

VvE beheer

ECLI:NL:RBMNE:2026:416 bewoners veroorzaken schimmel, geen gebrek erkend

17/02/2026
VvE beheer

ECLI:NL:GHDHA:2024:2680 gerechtshof stelt waarde woning vast op €370.000

26/06/2025

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.