De zaak in het kort
De rechtbank Den Haag heeft uitspraak gedaan in een zaak waarbij een Vereniging van Eigenaren (VvE) een vastgoedmanagementbedrijf, MVGM Vastgoedmanagement B.V., aansprakelijk stelde voor verkeerd advies betreffende dakwerkzaamheden. MVGM had de VvE geadviseerd de slotfactuur van de aannemer te betalen, terwijl de dakwerkzaamheden gebrekkig waren uitgevoerd. Nadat de aannemer failliet ging, kon de VvE de geleden schade niet op hen verhalen. De rechtbank oordeelde dat MVGM tekortgeschoten was in haar verplichtingen en veroordeelde het bedrijf tot het betalen van schadevergoeding, inclusief bijkomende kosten.
Het verloop van het proces en de feiten
De VvE, een vereniging van eigenaren, had MVGM ingehuurd voor het beheer van hun vastgoed, waaronder de technische begeleiding van dakwerkzaamheden. Op 4 juli 2023 sloten de partijen een nieuwe beheersovereenkomst waarin de Algemene Branchevoorwaarden beheer Vereniging van Eigenaars van toepassing waren. De VvE besloot op 5 juli 2023 om uitgebreide dakwerkzaamheden te laten uitvoeren door [bedrijfsnaam 1] B.V., met een aanneemsom van € 186.569,94, en vroeg MVGM de technische begeleiding van deze werkzaamheden op zich te nemen voor een bedrag van € 5.250.
MVGM voerde tussentijdse inspecties uit tijdens de dakwerkzaamheden en verrichtte een opleverinspectie op 15 december 2023. MVGM concludeerde dat de werkzaamheden conform de offerte waren uitgevoerd en adviseerde de VvE om de slotfactuur van € 40.098,09 aan de aannemer te betalen. Vanaf 25 januari 2024 meldde de VvE echter meerdere lekkages. Een onderzoek door [bedrijfsnaam 2] op 17 april 2024 toonde aan dat er aanzienlijke gebreken waren in de detailafwerking van de dakwerkzaamheden.
De VvE kon de schade niet verhalen op de aannemer, die op 14 mei 2024 failliet werd verklaard. De VvE stelde MVGM aansprakelijk voor de schade, omdat MVGM had geadviseerd de slotfactuur te betalen ondanks de gebrekkige uitvoering van het werk. MVGM betwistte de aansprakelijkheid en voerde aan dat de klachtplicht niet was nageleefd en dat hun aansprakelijkheid contractueel beperkt was.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat MVGM tekortgeschoten was in haar verplichtingen door de dakwerkzaamheden niet goed te beoordelen tijdens de oplevering. Het was duidelijk dat MVGM een deel van de gebreken bij visuele inspectie had kunnen vaststellen. De rechtbank verwierp het verweer van MVGM dat de VvE niet aan de klachtplicht had voldaan, omdat MVGM al snel na de eerste klachten op de hoogte was gebracht en in de gelegenheid was gesteld om de schade te herstellen.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep van MVGM op de exoneratieclausule in de algemene voorwaarden af. MVGM had de kwestie niet bij haar verzekeraar gemeld, waardoor zij geen beroep kon doen op de beperking van aansprakelijkheid zoals vastgelegd in de algemene voorwaarden.
De rechtbank veroordeelde MVGM tot het betalen van een schadevergoeding van € 40.098,09 aan de VvE, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 12 augustus 2024. Daarnaast moest MVGM de kosten voor het schadevaststellingsrapport van [bedrijfsnaam 2] van € 3.683,24 en de buitengerechtelijke incassokosten van € 1.422,94 vergoeden. MVGM werd ook veroordeeld in de proceskosten, die werden begroot op € 5.749,04. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de VvE het vonnis direct kon uitvoeren zonder op een eventueel hoger beroep te wachten.
Deze zaak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling en rapportage van werkzaamheden door vastgoedbeheerders en de juridische gevolgen van het niet nakomen van dergelijke verplichtingen. De uitspraak laat zien hoe belangrijk het is voor partijen om duidelijke afspraken te maken over de verantwoordelijkheden en verwachtingen bij technische begeleiding en oplevering van bouwprojecten.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



