VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBMNE:2026:291 WOZ-waarde woning nabij spoor bevestigd

by VvERechstpraak.nl
21/02/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In deze zaak speelde de vraag of de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van een woning correct was. De eigenaar van de woning, [eiser], maakte bezwaar tegen de waardebepaling van zijn woning, gelegen nabij een spoor, en stelde dat deze onjuist was. Hij pleitte voor een lagere waarde dan vastgesteld door de gemeente. De rechtbank Midden-Nederland beoordeelde of de heffingsambtenaar voldoende bewijs had geleverd om de vastgestelde WOZ-waarde te rechtvaardigen.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2025:15863 erfdienstbaarheid parkeren bevestigd ondanks betwisting

ECLI:NL:RBMNE:2026:586 verbiedt permanente bewoning recreatiewoning op recreatiepark

ECLI:NL:RBMNE:2026:509 huurovereenkomst ontbinding en ontruiming Amersfoort

Het verloop van het proces en de feiten

De procedure begon met een beschikking van de heffingsambtenaar op 28 februari 2023, waarin de WOZ-waarde van de woning van [eiser] voor het belastingjaar 2023 werd vastgesteld op €423.000,-. Deze waarde was gebaseerd op de waardepeildatum van 1 januari 2022. [Eiser] ging in bezwaar tegen deze beschikking, maar zijn bezwaar werd op 8 november 2023 ongegrond verklaard.

Vervolgens stelde [eiser] beroep in tegen deze beslissing en werd er een zitting gehouden op 4 november 2025. Tijdens deze zitting werden de standpunten van beide partijen besproken. De heffingsambtenaar presenteerde een taxatiematrix ter onderbouwing van de vastgestelde waarde. Deze matrix vergeleek de woning van [eiser] met andere verkochte woningen in de buurt die vergelijkbaar waren qua bouwjaar en uitstraling.

De woning van [eiser] betreft een bovenwoning uit 1932 met een gebruiksoppervlakte van 78 m². Het geschil draaide om de vraag of de vastgestelde WOZ-waarde van €423.000,- correct was. [Eiser] vond dat de waarde moest worden verlaagd naar €350.000,-. In de taxatiematrix werden vijf vergelijkbare woningen in dezelfde wijk genoemd met verkoopprijzen variërend van €345.000,- tot €577.500,-.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar met de taxatiematrix en de toelichting daarop overtuigend had aangetoond dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was. De referentiewoningen in de taxatiematrix waren goed bruikbaar, omdat ze in dezelfde buurt lagen en qua bouwjaar en uitstraling vergelijkbaar waren met de woning van [eiser]. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met de verschillen tussen de referentiewoningen en de woning van [eiser].

Tijdens de zitting had [eiser] een aantal van zijn beroepsgronden ingetrokken, waaronder die over artikel 40 van de Wet WOZ, VVE-reserves, de onderhoudstoestand van de woning en de voorzieningen. De rechtbank hoefde deze punten daarom niet te bespreken in haar uitspraak.

[Eiser] voerde aan dat de ligging van zijn woning bij het spoor onvoldoende was meegewogen in de waardebepaling. Hij stelde dat de door de heffingsambtenaar gebruikte referentiewoningen niet goed vergelijkbaar waren vanwege hun ligging. Echter, de rechtbank vond dat de heffingsambtenaar de vergelijking juist had gemaakt, ook rekening houdend met de ligging ten opzichte van het spoor. De referentiewoningen hadden namelijk zowel betere als slechtere liggingen ten opzichte van het spoor, en de m2-prijs van de woning van [eiser] viel binnen de bandbreedte van die van de referentiewoningen.

ADVERTISEMENT

De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de woning van [eiser] aannemelijk had gemaakt en wees het beroep ongegrond af. Er was geen reden voor een proceskostenveroordeling en [eiser] kon binnen zes weken na de uitspraak in hoger beroep gaan bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden als hij het niet met de uitspraak eens was. De uitspraak werd publiekelijk uitgesproken op 3 februari 2026.

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBZWB:2026:197 aansprakelijkheid waterschap, gemeente en jachthaven voor beschoeiing

Next Post

ECLI:NL:RBDHA:2026:1340 afwijzing vervangende machtiging voor hulpmiddelen VvE-ruimte

Gerelateerde uitspraken>>>

Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBNHO:2025:15863 erfdienstbaarheid parkeren bevestigd ondanks betwisting

25/02/2026
Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBMNE:2026:586 verbiedt permanente bewoning recreatiewoning op recreatiepark

25/02/2026
Bestemming van het appartement

ECLI:NL:RBMNE:2026:509 huurovereenkomst ontbinding en ontruiming Amersfoort

25/02/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.