De zaak in het kort
In deze zaak speelde een conflict tussen een appartementseigenaar, hierna [eiser], en de Vereniging van Eigenaars (VvE) van zijn gebouw in Rotterdam. [Eiser] eiste een schadevergoeding van € 14.591,28 van de VvE vanwege wateroverlast en schimmelproblemen in zijn appartement. De VvE had al geprobeerd de problemen aan te pakken door een aannemer in te schakelen, maar [eiser] weigerde de aannemer toegang tot zijn woning. Dit resulteerde in een juridisch geschil over de aansprakelijkheid en de verlening van medewerking aan herstelwerkzaamheden.
Het verloop van het proces en de feiten
[Eiser] diende zijn klacht tegen de VvE in nadat hij in 2022 wateroverlast en schimmel in zijn appartement had opgemerkt. De VvE gaf een aannemer opdracht om de problemen aan te pakken, maar [eiser] vond dat de oorzaak deels bij zijn bovenburen lag en weigerde daarom verdere medewerking. Toen de VvE een andere aannemer wilde inschakelen, werd dit door [eiser] geblokkeerd. Hierdoor ontstond er een discussie over de verantwoordelijkheden van de VvE, met name over welke schade voor rekening van de VvE kwam en welke niet.
[Eiser] besloot daarop de VvE voor de rechter te dagen, waarbij hij eiste dat de VvE hem de kosten van de herstelwerkzaamheden zou vergoeden. Tijdens de procedure stelde [eiser] dat de beheerder van de VvE niet bevoegd was om namens de VvE te handelen zonder expliciete machtiging van de ledenvergadering, zoals vereist volgens het modelreglement van splitsing uit 1973. De beheerder was echter wel verschenen namens de VvE, wat [eiser] betwistte.
De rechtbank behandelde de zaak, ondanks dat [eiser] en zijn advocaat ervoor kozen om niet aanwezig te zijn bij de zitting. Dit was een gemiste kans voor [eiser] om zijn zaak verder toe te lichten en mogelijk tot een minnelijke schikking te komen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de beheerder van de VvE geen expliciete machtiging nodig had om namens de VvE verweer te voeren in deze zaak. De rechtbank vond dat het modelreglement uit 1973 niet van toepassing was op het voeren van verweer, aangezien het reglement alleen sprak over het instellen van rechtsvorderingen en het aangaan van dadingen. Het toestaan van verweer zonder machtiging was volgens de rechtbank praktisch en in het belang van de VvE en haar leden.
De rechtbank wees de vordering van [eiser] af op basis van schuldeisersverzuim. Doordat [eiser] de aannemer geen toegang had verleend tot zijn woning, kon de VvE niet verantwoordelijk worden gehouden voor de vertraging in de uitvoering van de herstelwerkzaamheden. Bovendien kon [eiser] niet duidelijk maken waarom de VvE aansprakelijk zou zijn voor schade aan zijn keuken, die volgens de VvE het gevolg was van ondeugdelijk onderhoud door de bovenburen.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de gezamenlijke eigenaren aansprakelijk zouden zijn voor eventuele gebreken aan gemeenschappelijke gedeelten van het gebouw, en niet de VvE zelf. [Eiser] had nagelaten om de andere eigenaren bij de procedure te betrekken.
De rechtbank veroordeelde [eiser] tot het betalen van de proceskosten van de VvE, begroot op € 1.008,-, en verklaarde de uitspraak uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat de VvE deze kosten direct kan verhalen, zelfs als [eiser] besluit in hoger beroep te gaan.
In essentie benadrukte deze uitspraak het belang van samenwerking tussen eigenaren en de VvE bij het oplossen van problemen en de noodzaak voor eigenaren om toegang te verlenen voor herstelwerkzaamheden om aansprakelijkheid te beperken.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




