De zaak in het kort
Deze zaak betreft een executiegeschil tussen de erven van de oorspronkelijke eigenaren van een appartement in het Royal Palm Resort te Curaçao en de Vereniging van Eigenaren (VvE) van dat resort. Het geschil draait om de betaling van achterstallige bijdragen aan de VvE, waarvoor de VvE beslag heeft gelegd op aandelen en een appartement. De eisers willen dat de VvE zich eerst verhaalt op het appartement voordat overgegaan wordt tot de verkoop van de aandelen.
Het verloop van het proces en de feiten
Dit kort geding werd aangespannen door een erfgenaam en een stichting die mede-aandeelhouder is van de betrokken vennootschap. De VvE had eerder beslag gelegd op de aandelen van de vennootschap Multi Inversiones 2001 N.V., die eigendom is van de erven van de overleden appartementseigenaren. Deze vennootschap bezit een perceel in Veeris, maar voert geen actieve bedrijfsactiviteiten uit. De achtergrond van het geschil is een vonnis van mei 2025 waarin de erfgenamen werden veroordeeld tot betaling van de achterstallige VvE-bijdragen vanaf januari 2018.
De eisers verzochten de rechter om de VvE te verplichten eerst het appartement te executeren voordat eventuele aandelen zouden worden verkocht. Daarnaast vroegen zij om de vordering van de VvE op te schorten totdat de executie van het appartement is afgehandeld. Gedaagde 2, die eerder een koopovereenkomst voor het appartement had getekend, deed afstand van haar rechten en droeg deze over aan gedaagde 3. Tijdens de zitting werden afspraken gemaakt over de volgorde van executie, waarbij de VvE zich bereid toonde eerst het appartement te executeren.
De beslissing van de rechtbank
De rechter besloot dat de VvE de afspraken die tijdens de zitting gemaakt waren, moest volgen. Dit hield in dat de VvE de actuele vordering bekend zou maken aan de eisers en zou overgaan tot executie van het appartement voordat eventuele aandelen zouden worden verkocht. De deurwaarder kreeg de opdracht om het beslag op het appartement te betekenen aan de eisers via hun gemachtigden. Ook werd bepaald dat gedaagden 2 en 3 de executoriale verkoop van het appartement niet mochten belemmeren.
De rechtbank zag geen reden om dwangsommen op te leggen, aangezien de afspraken tussen partijen als voldoende bindend werden beschouwd. De proceskosten werden gecompenseerd, wat betekent dat elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat inhoudt dat de beslissing onmiddellijk kan worden uitgevoerd, ook als er hoger beroep zou worden ingesteld.
Deze zaak benadrukt de noodzaak van duidelijke afspraken over de volgorde van executie en het belang van het respecteren van de wettelijke voorrechten die van toepassing zijn op appartementsrechten. Het vonnis toont ook aan hoe de rechter probeert een praktische oplossing te vinden die recht doet aan de belangen van alle betrokken partijen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



