VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBOBR:2026:1119 dwangsomgeschil over levering van mandelig terrein

by VvERechstpraak.nl
25/02/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In deze zaak, behandeld door de rechtbank Oost-Brabant, stond een kort geding centraal waarbij eisers [eisers] dwangsommen trachtten te voorkomen die waren opgelegd door een eerder arrest van het hof ’s-Hertogenbosch. Het geschil betrof de levering van een mandelig binnenterrein dat onderdeel was van een landgoedproject. De eisers stelden dat zij geen dwangsommen hadden verbeurd omdat de benodigde akte van levering niet kon worden gepasseerd door een gebrek aan medewerking van de gedaagden [gedaagden]. De rechtbank moest beoordelen of de dwangsommen daadwerkelijk waren verbeurd en of de gedaagden rechtmatig tot executie van deze dwangsommen konden overgaan.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:OGEAC:2025:313 geschil over executie achterstallige bijdrage VvE

ECLI:NL:RBOVE:2026:731 conflict over transformatie kantoorgebouw naar appartementen

**ECLI:NL:RBOVE:2026:731 VvE versus Bruty B.V. over opleveringsgebreken**

Het verloop van het proces en de feiten

De zaak begon met de ontwikkeling van een landgoed door [eisers], waarbij bouwkavels werden verkocht aan [gedaagden] en andere families. Onderdeel van de koopovereenkomst was een mandelig binnenterrein, waarvoor een vereniging van eigenaren zou worden opgericht. Een geschil ontstond over de nakoming van de verplichting tot levering van dit terrein aan de kopers, wat leidde tot een gerechtelijke procedure bij de rechtbank Oost-Brabant en later het hof ’s-Hertogenbosch. Dit hof besloot op 17 december 2024 dat [eisers] het binnenterrein aan de kopers moesten leveren, op straffe van verbeurte van dwangsommen. Een herstelarrest op 18 februari 2025 preciseerde deze verplichting, maar werd niet aan [eisers] betekend.

Ondertussen was de notaris bezig met het opstellen van de akte van levering, waarbij verschillende versies werden besproken en aangepast, mede door inbreng van de kopers. De levering van het terrein bleef echter uit, mede door aanvullende eisen en het ontbreken van ondertekende volmachten van de kopers, waaronder [gedaagden]. In december 2025 eisten [gedaagden] de betaling van verbeurde dwangsommen, waarna zij beslag lieten leggen op eigendommen van [eisers].

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank beoordeelde of [eisers] daadwerkelijk dwangsommen hadden verbeurd en of de executie daarvan rechtmatig was. De voorzieningenrechter stelde vast dat het herstelarrest van 18 februari 2025 nooit aan [eisers] was betekend, waardoor de termijn voor het verbeuren van dwangsommen niet was ingegaan. Volgens de rechter was afzonderlijke betekening van het herstelarrest nodig om de beschermingsstrekking van artikel 611a lid 3 Rv te waarborgen.

Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de dwangsommen niet waren verbeurd omdat [eisers] voldoende hadden gedaan om aan hun leveringsverplichting te voldoen. De medewerking van [gedaagden] was vereist voor het passeren van de akte, maar deze bleef uit. Hiermee was sprake van schuldeisersverzuim aan de zijde van [gedaagden], waardoor zij geen aanspraak konden maken op de dwangsommen.

De rechtbank schorste de tenuitvoerlegging van de dwangsommen en hief de gelegde executoriale beslagen op. [gedaagden] werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten van [eisers]. De rechtbank wees het verzoek om een bankgarantie of een procedure bij het hof te starten af, omdat de dwangsommen niet waren verbeurd. De uitspraak bood [eisers] tijdelijke bescherming tegen de executie van de dwangsommen, in afwachting van een uitspraak in een eventuele bodemprocedure.

Lees de originele uitspraak hier.

ADVERTISEMENT

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:GHDHA:2026:200 hoger beroep over VvE-besluiten dakopbouw

Next Post

ECLI:NL:RBMNE:2026:509 huurovereenkomst ontbinding en ontruiming Amersfoort

Gerelateerde uitspraken>>>

VvE-Incasso

ECLI:NL:OGEAC:2025:313 geschil over executie achterstallige bijdrage VvE

25/02/2026
VvE-Incasso

ECLI:NL:RBOVE:2026:731 conflict over transformatie kantoorgebouw naar appartementen

21/02/2026
VvE-Incasso

**ECLI:NL:RBOVE:2026:731 VvE versus Bruty B.V. over opleveringsgebreken**

20/02/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.