De zaak in het kort
Deze zaak draait om een geschil tussen een particulier, [eiser], en een besloten vennootschap, FixAAA B.V., omtrent overeenkomsten die zij zijn aangegaan voor de verbouwing en tijdelijke verhuur van een appartement. De rechtbank Amsterdam moest oordelen over de vorderingen van beide partijen, waarbij [eiser] schadevergoeding en onbetaalde huur eiste, terwijl FixAAA betaling voor uitgevoerde werkzaamheden vorderde. Uiteindelijk besloot de rechtbank beide vorderingen af te wijzen en de proceskosten te compenseren.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding op 30 juni 2025, gevolgd door diverse schriftelijke stukken en een mondelinge behandeling op 17 december 2025. [eiser] is de eigenaar van een appartement dat is opgesplitst in twee zelfstandige woonruimtes. Hij kwam in contact met FixAAA voor de mogelijkheid van het realiseren van dakterrassen en sloot een overeenkomst voor de verbouwing van het appartement. Er werd een huurovereenkomst gesloten vanaf 1 november 2022, waarbij FixAAA de bovenste verdieping tijdelijk zou huren en de kosten voor het opknappen verrekend zouden worden met de huur.
De huurovereenkomst eindigde op 18 april 2024 zonder dat FixAAA huur had betaald. [eiser] was ontevreden over de uitgevoerde werkzaamheden en riep de hulp in van een expert, WX Vastgoed Expertise B.V., die meerdere oplevergebreken en schade constateerde. De herstelkosten werden begroot op een bedrag van € 24.155,59. [eiser] vorderde een totaalbedrag van € 44.728,79, bestaande uit herstelkosten, kosten voor het deskundigenrapport, en onbetaalde huur. FixAAA betwistte de vorderingen en stelde dat de werkzaamheden beperkt waren en de factuur daarvoor niet was betaald. FixAAA vorderde op haar beurt betaling van € 17.550,00 voor onbetaalde werkzaamheden.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank stelde vast dat de overeenkomsten zakelijke overeenkomsten waren en dat consumentenbescherming niet van toepassing was. De kantonrechter merkte op dat de afspraken tussen partijen niet volledig duidelijk waren en dat er over en weer onduidelijkheden bestonden over de omvang en specificatie van de uit te voeren werkzaamheden. De door [eiser] ingeschakelde expert had geen vergelijking gemaakt met de beginsituatie van het appartement, waardoor de rapportage niet bijdroeg aan de toewijsbaarheid van de vorderingen van [eiser]. Bovendien waren veel herstelpunten die werden opgevoerd niet onder de scope van FixAAA’s werkzaamheden te scharen.
Partijen hadden de bedoeling hun vorderingen tegen elkaar weg te strepen, aangezien deze elkaar uiteindelijk niet veel zouden ontlopen. Beide partijen hadden ook andere afspraken gemaakt, waaronder geheime afspraken over huurverrekening en een commissie voor [eiser], die niet volledig aan de rechtbank waren gepresenteerd. De rechtbank oordeelde dat de partijen bewust geen volledig en waarheidsgetrouw beeld hadden gegeven van alle relevante feiten en omstandigheden. Hierdoor en mede gelet op de initiële intenties van beide partijen werden beide vorderingen afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, wat betekent dat iedere partij zijn eigen kosten moet dragen.
De kantonrechter wees zowel de conventionele als de reconventionele vorderingen af en besloot de proceskosten te compenseren, omdat de vorderingen elkaar grotendeels opheffen. Dit vonnis werd uitgesproken door mr. T.M.A. van Löben Sels op 29 januari 2026.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




