De zaak in het kort
In een kort geding voor de rechtbank Limburg betwist Wee-play B.V., handelend onder de naam Wee-play Kinderopvang, de voorlopige gunning van een aanbestedingsopdracht door de gemeente Roerdalen aan Kinderdagverblijf NATUURlijk B.V. Het geschil draait om de vraag of de eisen voor voor- en vroegschoolse educatie (VVE) als geschiktheidseisen of als uitvoeringseisen moeten worden beschouwd en of de beoordeling van de inschrijvingen op de aanbesteding op de juiste wijze heeft plaatsgevonden. Wee-play vraagt de rechtbank om de gunning aan NATUURlijk te verbieden en de opdracht aan hen toe te kennen, of anders de aanbestedingsprocedure opnieuw te laten plaatsvinden.
Het verloop van het proces en de feiten
Wee-play en NATUURlijk zijn beide kinderopvangorganisaties. Wee-play heeft sinds 2016 ruimte gehuurd in een basisschool voor kinderopvang. De gemeente Roerdalen startte een aanbestedingsprocedure voor een nieuw kindcentrum, waarin kinderopvang een onderdeel zou zijn. Na een eerdere mislukte aanbesteding, die door de rechtbank was teruggefloten, werd de opdracht opnieuw aanbesteed. NATUURlijk werd als winnende inschrijver voorlopig gekozen op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding.
Wee-play vocht de gunning aan, omdat zij van mening was dat de eisen voor VVE als geschiktheidseisen hadden moeten worden beschouwd. Volgens hen moesten inschrijvers al bij inschrijving aan deze eisen voldoen, terwijl de gemeente en NATUURlijk het beschouwden als uitvoeringseisen die pas bij de uitvoering van de opdracht moesten worden nageleefd. De inschrijvingsleidraad en de nota van inlichtingen speelden een cruciale rol in de interpretatie van deze eisen. Daarnaast uitte Wee-play twijfels over de deskundigheid van de beoordelingscommissie en de objectiviteit van de beoordelingsprocedure.
Tijdens de mondelinge behandeling werden verschillende aspecten van de inschrijvings- en beoordelingsprocedure besproken, waaronder de beoordeling van de kwaliteitsscores en de betrokkenheid van externe deskundigen bij de beoordeling. NATUURlijk verdedigde haar positie door te stellen dat zij wel degelijk in staat was om VVE aan te bieden en dat het merendeel van haar personeel al over de benodigde certificeringen beschikte.
De beslissing van de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de eisen voor VVE in dit geval als uitvoeringseisen moeten worden beschouwd. De bewoordingen van de aanbestedingsstukken gaven aan dat de geschiktheidseisen uitsluitend betrekking hadden op ervaring met kinderopvang voor kinderen van 0-4 jaar. Er was geen specifieke eis voor ervaring met VVE opgenomen als geschiktheidseis. De rechtbank concludeerde dat inschrijvers pas bij de uitvoering van de opdracht aan de VVE-eisen hoefden te voldoen.
De voorzieningenrechter vond dat Wee-play onvoldoende concrete aanwijzingen had gegeven dat NATUURlijk niet aan de uitvoeringseis VVE zou kunnen voldoen. De gemeente mocht vertrouwen op de verklaring van NATUURlijk dat zij in staat zou zijn om VVE te bieden. De rechtbank verwierp ook de bezwaren van Wee-play over de deskundigheid van de beoordelingscommissie. Het gebruik van externe deskundigen was niet ongebruikelijk en de gemeente had niet in strijd gehandeld met de inschrijvingsleidraad. De beoordelingscommissie werd geacht over voldoende expertise te beschikken.
De rechtbank wees de vorderingen van Wee-play af en veroordeelde hen in de proceskosten van zowel de gemeente als NATUURlijk. Wee-play moest een bedrag van €2.101,00 aan proceskosten betalen aan beide partijen, te vermeerderen met wettelijke rente indien niet tijdig betaald. De uitspraak bevestigde de voorlopige gunning aan NATUURlijk en wees op het belang van duidelijke aanbestedingsvoorwaarden en objectieve beoordelingsprocedures.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




