De zaak in het kort
Het Gerechtshof Den Haag heeft op 17 maart 2026 uitspraak gedaan in een geschil tussen [X] B.V. en de heffingsambtenaar van de gemeente Alphen aan den Rijn. De zaak betrof de waardebepaling van twee onroerende zaken voor de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Het gerechtshof oordeelde dat de door de heffingsambtenaar vastgestelde waarden van de onroerende zaken juist waren en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank, die de bezwaren van [X] B.V. tegen de vastgestelde waarden ongegrond had verklaard.
Het verloop van het proces en de feiten
De geschillen betroffen twee onroerende zaken: een winkel/verkoopruimte aan [adres 1] en een bedrijfsunit aan [adres 2]. Beide objecten werden door [X] B.V. gebruikt. De heffingsambtenaar had de waarde van deze onroerende zaken op de waardepeildatum 1 januari 2022 vastgesteld op respectievelijk € 746.000 en € 275.000. De bezwaren van [X] B.V. tegen deze waardevaststellingen werden door de rechtbank op 7 oktober 2024 ongegrond verklaard.
De zaak bereikte het gerechtshof nadat [X] B.V. hoger beroep had ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. De belangrijkste punten van het hoger beroep betroffen de juistheid van de objectafbakening en de waardebepaling door de heffingsambtenaar. [X] B.V. voerde onder meer aan dat de parkeerplaatsen bij [adres 1] ten onrechte bij de onroerende zaak waren betrokken en dat de huurwaardekapitalisatiemethode onjuist was toegepast. Daarnaast betoogde [X] B.V. dat de heffingsambtenaar niet alle relevante stukken had overgelegd.
Het hof behandelde de zaak in meerdere zittingen, waarbij partijen de gelegenheid kregen om nadere stukken in te dienen en hun standpunten toe te lichten. De heffingsambtenaar onderbouwde de waardevaststellingen met taxatierapporten, waarin de waarden van de onroerende zaken werden bepaald aan de hand van marktgegevens en vergelijkbare objecten.
Tijdens het proces werden verschillende taxatierapporten besproken. Voor [adres 1] werd de waarde bepaald met behulp van de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij de winkelruimte en de parkeerplaatsen als één samenstel werden beschouwd. De vergelijkingsobjecten werden als voldoende vergelijkbaar beschouwd qua aard, bestemming en gebruiksmogelijkheden. Voor [adres 2] werd eveneens de huurwaardekapitalisatiemethode toegepast, waarbij de opslag/magazijn en entresol als afzonderlijke onderdelen werden gewaardeerd.
De beslissing van de rechtbank
Het gerechtshof oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarden van de onroerende zaken niet te hoog waren vastgesteld. De heffingsambtenaar had inzichtelijk gemaakt dat zowel de huurwaarden als de gehanteerde kapitalisatiefactoren in lijn waren met de marktgegevens en vergelijkbare objecten. Het hof vond de gebruikte taxatierapporten en toelichtingen overtuigend en verwierp de argumenten van [X] B.V. over de onjuiste objectafbakening en de vermeende tekortkomingen in de onderbouwing van de waardevaststellingen.
Belanghebbende had geen substantiële argumenten aangevoerd die de juistheid van de waardebepaling in twijfel trokken. De stellingen van [X] B.V. over een zogenaamde coronakorting, een verhoogd leegstandsrisico en de gevolgen van internationale ontwikkelingen zoals de Derde Wereldoorlog, werden door het hof als onvoldoende onderbouwd beschouwd. Het hof bekrachtigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenvergoeding.
Het hof oordeelde ook dat de objectafbakening juist was. De parkeerplaatsen bij [adres 1] werden terecht als onderdeel van de onroerende zaak beschouwd, gezien het functionele verband met de winkelruimte. Ook voor [adres 2] was de objectafbakening correct, waarbij de parkeerplaatsen bij het pand geen afzonderlijke waardering kregen.
De uiteindelijke conclusie was dat de waarden van de onroerende zaken correct waren vastgesteld en dat de bezwaren van [X] B.V. ongegrond waren. Daarmee werd de uitspraak van de rechtbank Den Haag bevestigd door het gerechtshof.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




