De zaak in het kort
In deze zaak handelt het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden een geschil af tussen een lid van een Vereniging van Eigenaars (VvE) en de VvE zelf. De verzoekster, lid van de VvE, heeft bezwaar aangetekend tegen verschillende besluiten die door de algemene ledenvergadering van de VvE zijn genomen. Zij heeft verzocht deze besluiten nietig te verklaren of te vernietigen, maar het hof heeft haar verzoek afgewezen. De besluiten hebben betrekking op onderwerpen zoals de goedkeuring van de jaarrekeningen, de begroting voor een komend jaar, geluidsoverlast, onderhoud van lattenplafonds en windschermen.
Het verloop van het proces en de feiten
De verzoekster is sinds 2015 lid van de VvE en was het oneens met diverse besluiten die de algemene ledenvergadering op 11 juli 2024 heeft genomen. De kantonrechter had eerder al enkele besluiten vernietigd, zoals die over de jaarrekeningen en de begroting. In hoger beroep heeft de verzoekster haar verzoek beperkt en de vernietiging van een aantal besluiten verzocht. Ze maakte bezwaar tegen de kostenverdeling voor stookkosten, wilde dat er iets gedaan werd aan geluidsoverlast die zij ervoer, en was het niet eens met besluiten over onderhoud aan de lattenplafonds en windschermen.
Het hof heeft de procedure in hoger beroep behandeld en de verzoeken van de verzoekster afgewezen. Belangrijke feiten in deze zaak omvatten de structuur van de VvE en de regels die van toepassing zijn op de verdeling van kosten en verantwoordelijkheden binnen de vereniging. De verzoekster had bezwaar tegen het percentage vaste kosten voor stookkosten dat volgens haar niet in overeenstemming was met de splitsingsakte. Verder was er een geschil over wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van bepaalde onderdelen van de appartementen, zoals de lattenplafonds en windschermen.
De beslissing van de rechtbank
Het hof heeft de verzoeken van de verzoekster afgewezen en de beslissing van de kantonrechter bekrachtigd. De verzoekster werd veroordeeld tot het betalen van de proceskosten in hoger beroep. Het hof oordeelde dat de VvE volgens de Warmtewet gerechtigd was om een kostenverdeelsystematiek te hanteren die vaste en variabele kosten onderscheidt. Het percentage van 35% voor vaste kosten werd als redelijk beschouwd en niet in strijd met de wet. Wat betreft de geluidsoverlast, vond het hof dat de VvE wel degelijk bereid was onderzoek te doen, maar dat de verzoekster en haar echtgenoot niet meewerkten aan de voorgestelde onderzoeken.
Voor de lattenplafonds oordeelde het hof dat deze als gemeenschappelijk moeten worden beschouwd, aangezien ze deel uitmaken van de balkonconstructies en daarmee onder de verantwoordelijkheid van de VvE vallen. Ook de windschermen werden beschouwd als gemeenschappelijk, aangezien ze bijdragen aan de structuur en uitstraling van het gebouw. Het hof stelde vast dat de verzoekster onvoldoende had aangetoond dat de besluiten van de VvE nietig of onredelijk waren. Daarom werden haar grieven verworpen en moest zij de proceskosten van de VvE vergoeden. De uitspraak werd uitvoerbaar verklaard bij voorraad, wat betekent dat deze ook kan worden uitgevoerd als er een beroep bij de Hoge Raad wordt aangetekend.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




