De zaak in het kort
In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Holland geoordeeld dat het drinkwaterbedrijf PWN verplicht is om de naam-, adres- en woonplaatsgegevens (NAW-gegevens) van haar contractanten te verstrekken aan Cocensus, een vertegenwoordiger van een aantal Noord-Hollandse gemeenten. Deze gegevens zijn nodig voor de heffing en invordering van de rioolheffing. De rechtbank baseert haar oordeel op het Besluit gegevensverstrekking gemeentelijke belastingheffing (Bggb), dat PWN verplicht om deze gegevens te verstrekken. De rechtbank heeft ook geoordeeld dat er geen strijd is met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), omdat het verstrekken van deze gegevens noodzakelijk en proportioneel is voor het correct kunnen opleggen van aanslagen rioolheffing aan de juiste belastingplichtigen.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure werd gestart door Cocensus, die namens een aantal gemeenten in Noord-Holland de rioolheffing heft en int. Cocensus had PWN gedagvaard omdat PWN had besloten om per 1 oktober 2024 te stoppen met het verstrekken van de NAW-gegevens van haar contractanten aan Cocensus. PWN gaf aan dat dit besluit was genomen vanwege privacyoverwegingen en de risico’s van datalekken. Cocensus stelde echter dat PWN op grond van het Bggb verplicht was om de NAW-gegevens te blijven verstrekken.
Tijdens de mondelinge behandeling op 10 februari 2026 betoogde Cocensus dat het niet langer verstrekken van de NAW-gegevens de juistheid van de gegevensbestanden zou aantasten, wat zou leiden tot onjuiste aanslagen rioolheffing. Cocensus benadrukte het belang van de gegevens voor het vaststellen van de juiste belastingplichtige en de noodzaak om tijdig aanslagen op te leggen om inkomsten voor het onderhoud van het rioolstelsel te waarborgen.
PWN voerde verweer door te stellen dat zij zich aan de AVG moest houden, die voorschrijft dat er niet meer gegevens mogen worden verwerkt dan noodzakelijk is (dataminimalisatie). PWN was van mening dat het niet noodzakelijk was om de NAW-gegevens in bulk te verstrekken en bood aan om deze gegevens alleen in specifieke gevallen te verstrekken.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat Cocensus een voldoende spoedeisend belang had bij haar vordering, gezien de noodzaak voor het tijdig opleggen van aanslagen rioolheffing en het belang van de gegevens voor een correcte belastingheffing. De rechtbank stelde vast dat PWN op grond van het Bggb verplicht is om de NAW-gegevens te verstrekken aan Cocensus. De voorzieningenrechter benadrukte dat het verstrekken van deze gegevens noodzakelijk en proportioneel is voor het correct kunnen opleggen van aanslagen rioolheffing.
De rechtbank verwierp het argument van PWN dat het verstrekken van de gegevens in strijd zou zijn met de AVG. De voorzieningenrechter legde uit dat de verwerking van persoonsgegevens in dit geval samenvalt met het voldoen aan een wettelijke verplichting, waardoor de AVG niet in de weg staat aan het verstrekken van de NAW-gegevens. De rechtbank wees erop dat de wetgever het noodzakelijk heeft geacht dat dergelijke gegevens worden verstrekt voor de heffing van gemeentelijke belastingen.
De rechtbank concludeerde dat PWN verplicht is om de NAW-gegevens van haar contractanten te verstrekken aan Cocensus en legde een dwangsom op van € 2.500 per dag, met een maximum van € 50.000, om naleving van het vonnis te waarborgen. Daarnaast werd PWN veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




