VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:OGHACMB:2026:36 Boete voor vertraagde bouw bij Coral Estate Curaçao

by VvERechstpraak.nl
27/02/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In deze zaak ging het om een geschil tussen de “Vereniging van Eigenaren Coral Estate” (VvE) en de personenvennootschap “Residenz Coral Estate GW GBR” (Residenz), gevestigd in Duitsland. Residenz, als eigenaar van een perceel binnen het Coral Estate Resort te Curaçao, was gebonden aan de regels van de VvE om binnen een bepaalde termijn een woning te bouwen. Vanwege het niet tijdig voltooien van de bouw heeft de VvE een boete van USD 50.000 opgelegd. Residenz weigerde deze boete te betalen, wat leidde tot een rechtszaak. Het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao stelde de VvE in het gelijk en veroordeelde Residenz tot betaling van de boete. Residenz ging in hoger beroep, maar het Hof bekrachtigde het eerdere vonnis.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:OGEAC:2025:313 executiegeschil over achterstallige VvE-bijdrage en beslag

ECLI:NL:RBZWB:2026:596 veroordeling tot ontruiming woning wegens ernstige huurdersoverlast

ECLI:NL:RBMNE:2026:506 conflict over executie dwangsom VvE

Het verloop van het proces en de feiten

Het proces begon toen Residenz in hoger beroep ging tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg. Het Gerecht had hen eerder al veroordeeld tot betaling van de boete, vermeerderd met de wettelijke rente. De zaak draaide om Residenz die zijn bouwwerkzaamheden niet op tijd had voltooid, zoals vastgelegd in de Algemene Bepalingen van de VvE, wat volgens de VvE een boete rechtvaardigde.

Residenz, vertegenwoordigd door hun gemachtigde, voerde aan dat de bepalingen van de VvE onduidelijk waren en dat externe factoren zoals de Coronapandemie en de ziekte van een van de vennoten, [oude vennoot], tot vertraging hadden geleid. Residenz beweerde ook dat er een overeenkomst was met de VvE om de boete te laten vervallen indien [oude vennoot] zijn aandeel zou overdragen aan andere vennoten en de bouw zou worden voortgezet.

De VvE daarentegen stelde dat de bepalingen duidelijk waren en dat de bouw al veel eerder voltooid had moeten zijn. Ze benadrukten dat Residenz verantwoordelijk was voor de vertragingen en dat er geen sprake was van afspraken die de boete zouden laten vervallen.

De beslissing van de rechtbank

Het Hof oordeelde dat de Algemene Bepalingen van de VvE rechtsgeldig waren en dat Residenz de bouwwerkzaamheden binnen de gestelde termijn had moeten voltooien. Het Hof bevestigde dat de boete van USD 50.000 niet onredelijk was gezien de omstandigheden en het belang van het handhaven van de bouwregels in het resort, om te voorkomen dat percelen onnodig lang onbebouwd blijven.

Het Hof wees ook de argumenten van Residenz af dat de boete selectief werd toegepast en dat de VvE in andere gevallen geen boetes had opgelegd. Residenz had onvoldoende bewijs aangeleverd om aan te tonen dat er sprake was van ongelijke behandeling door de VvE.

Daarnaast vond het Hof dat de vertragingen door de Coronapandemie en de ziekte van een van de vennoten niet voldoende waren om de boete te matigen. De VvE had al coulance getoond door verlengingen van de bouwtermijnen toe te staan.

ADVERTISEMENT

Het Hof besloot uiteindelijk het vonnis van het Gerecht te bekrachtigen en legde Residenz ook de proceskosten op voor zowel de eerste aanleg als het hoger beroep. Hiermee werd de VvE in het gelijk gesteld en werd benadrukt dat het belangrijk is om vastgelegde bouwtermijnen te respecteren en na te komen.

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBNHO:2026:1782 verplichting PWN om NAW-gegevens te verstrekken

Next Post

ECLI:NL:RBROT:2026:1805 beroep ongegrond bij omgevingsvergunning stalen ligger

Gerelateerde uitspraken>>>

VvE-Incasso

ECLI:NL:OGEAC:2025:313 executiegeschil over achterstallige VvE-bijdrage en beslag

27/02/2026
VvE-Incasso

ECLI:NL:RBZWB:2026:596 veroordeling tot ontruiming woning wegens ernstige huurdersoverlast

27/02/2026
VvE-Incasso

ECLI:NL:RBMNE:2026:506 conflict over executie dwangsom VvE

26/02/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.