De zaak in het kort
Deze rechtszaak betreft een geschil tussen twee appartementseigenaren in Amsterdam, [eiser] en [gedaagde]. [eiser] heeft schade geleden door vochtoverlast in haar badkamer, die volgens haar veroorzaakt is door gebrekkig voeg- en kitwerk in de badkamer van [gedaagde]. De rechter moet beslissen of [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade aan het appartement van [eiser] en of zij de kosten van onderzoek en herstel moet vergoeden.
Het verloop van het proces en de feiten
Het geschil begon toen de huurder van [eiser] in december 2023 vochtplekken in het plafond van de badkamer rapporteerde. [eiser] schakelde Building Your Roots B.V. (BYR) in, die concludeerde dat de lekkage afkomstig was uit de badkamer van [gedaagde]. [gedaagde] liet daarop de verzekeraar van de Vereniging van Eigenaars (VvE) een onderzoek uitvoeren door Belfor B.V., die stelde dat de vochtplekken werden veroorzaakt door muizenuitwerpselen. In de maanden daarna bleef de lekkage bestaan, wat leidde tot verder onderzoek door [bedrijf 1] en Sedgwick Nederland B.V., die beiden bevestigden dat de lekkage kwam door gebrekkig voeg- en kitwerk in de badkamer van [gedaagde].
[eiser] claimt schadevergoeding voor de kosten van onderzoek en herstel, terwijl [gedaagde] betwist dat zij aansprakelijk is, mede omdat ze adequaat heeft gereageerd op de lekkagemeldingen en het probleem heeft laten herstellen. Bovendien stelt [gedaagde] dat het eerste onderzoek naar de lekkage incorrect was en dat [eiser] ook andere oorzaken moest onderzoeken.
In reconventie vordert [gedaagde] dat [eiser] de kosten van het Belfor-onderzoek vergoedt, omdat zij deze op eigen initiatief heeft laten uitvoeren.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] op grond van artikel 6:174 BW aansprakelijk is voor de vochtschade, aangezien het gebrekkige voeg- en kitwerk in haar badkamer een gebrek is dat gevaar oplevert en zij daardoor aansprakelijk is voor de schade die [eiser] heeft geleden. Het maakt daarbij niet uit of [gedaagde] adequaat heeft gereageerd op de lekkagemeldingen.
De rechtbank bepaalt dat [gedaagde] € 2.633,97 aan [eiser] moet vergoeden, bestaande uit redelijke onderzoekskosten van € 742,50 (zoals begroot door Sedgwick) en herstelkosten van € 1.891,47 (na correctie van niet toewijsbare onderzoekskosten). De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen, evenals de tegenvordering van [gedaagde] voor de Belfor-onderzoeksfactuur, omdat deze opdracht via de VvE liep en er geen juridische grondslag is om die kosten op [eiser] te verhalen.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank [gedaagde] in de proceskosten van € 1.034,95 en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. In reconventie wordt de vordering van [gedaagde] afgewezen en worden de proceskosten op nihil gesteld, gezien de samenhang met de conventionele vordering.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




