De zaak in het kort
In deze zaak oordeelde de Rechtbank Amsterdam over een geschil tussen het huiseigenaren echtpaar [eiser 1] en [eiser 2] en de besloten vennootschap [gedaagde] B.V. Het geschil ontstond nadat renovatiewerkzaamheden boven het appartement van de eisers schade hadden veroorzaakt. De kantonrechter heeft besloten dat [gedaagde] de schade moet vergoeden, omdat zij had toegezegd om de schade te herstellen, maar dat niet volledig of naar tevredenheid van de eisers had gedaan.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding van de eisers, waarin zij schadevergoeding eisten voor de schade die hun appartement had opgelopen door renovatiewerkzaamheden uitgevoerd door [gedaagde]. De renovatie vond plaats in de bovenliggende appartementen die eigendom waren van [gedaagde]. Tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden ontstonden er scheuren en lekkages in het appartement van de eisers. Ondanks toezeggingen van [gedaagde] om de schade te herstellen, werd dit niet naar behoren uitgevoerd.
In de rechtszaak voerden de eisers aan dat zij zowel kosten hadden gemaakt voor herstelwerkzaamheden als voor verfwerk dat zij zelf hadden uitgevoerd. Ze eisten een schadevergoeding van € 5.719,78, of subsidiair € 4.014,78, inclusief de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] betwistte de aansprakelijkheid voor de schade en stelde dat eventuele schade door de aannemer was veroorzaakt of dat het een zaak voor de Vereniging van Eigenaren (VvE) was omdat de lekkages van het dak kwamen.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter oordeelde dat [gedaagde] had afgesproken de schade te herstellen, zonder daarbij voorbehouden te maken of de verantwoordelijkheid te betwisten. De rechtbank stelde vast dat [gedaagde] onvoldoende aan haar herstelverplichtingen had voldaan. De kantonrechter wees daarom een schadevergoeding van € 4.014,78 toe, met wettelijke rente vanaf 30 oktober 2023, de datum waarop [gedaagde] in verzuim raakte.
De rechtbank kende ook een bedrag van € 526,48 toe voor buitengerechtelijke incassokosten. Verder werd [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten van de eisers, die werden begroot op € 1.201,92. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het direct uitgevoerd moet worden, zelfs als er hoger beroep wordt ingesteld.
Het oordeel van de rechtbank was gebaseerd op het feit dat [gedaagde] de gemaakte afspraken niet had nagekomen, ondanks meerdere toezeggingen om de schade volledig te herstellen. De kantonrechter vond dat er voldoende bewijs was dat de schade niet naar behoren was verholpen, zoals bleek uit foto’s en schriftelijke communicatie tussen de partijen. Hierdoor was [gedaagde] aansprakelijk voor de herstelkosten die nog gemaakt moesten worden.
De rechtbank wees echter de vergoeding voor de zelf bestede uren aan verfwerk af, omdat de eisers niet voldoende hadden aangetoond dat zij financieel nadeel hadden geleden door die werkzaamheden zelf uit te voeren, zoals het mislopen van inkomsten. De onderbouwing van de gevorderde schadeposten was onvoldoende.
In conclusie besliste de rechtbank dat [gedaagde] een schadevergoeding aan de eisers moest betalen, inclusief rente en incassokosten, en dat zij de proceskosten zou moeten vergoeden. Dit vonnis bevestigt de verplichting van partijen om gemaakte afspraken na te komen en biedt een precedent voor soortgelijke zaken waar schade is ontstaan door bouwwerkzaamheden.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




