De zaak in het kort
De rechtszaak betreft een verzoek van een groep eigenaren van een appartementsrecht om het gebruik van hun pand te wijzigen van kantoorruimte naar woonruimte. De eigenaren, gezamenlijk aangeduid als [verzoekster sub 1] c.s., hebben de rechtbank Midden-Nederland gevraagd om een besluit van de Vereniging van Eigenaren (VVE) te vernietigen dat hun verzoek om de kantoorruimte om te zetten in woonruimte afwees. De eigenaren betoogden dat het gebruik van het pand als woonruimte beter aansluit bij de rest van het complex en dat de vraag naar woonruimte groter is dan de vraag naar kantoorruimte. De VVE had het verzoek echter afgewezen op grond van het feit dat een dergelijke wijziging een aanpassing van de splitsingsakte zou vereisen. De rechtbank moest beslissen of het verzoek van [verzoekster sub 1] c.s. kon worden toegekend of niet.
Het verloop van het proces en de feiten
Het verzoekschrift van [verzoekster sub 1] c.s. werd op 22 augustus 2025 ingediend bij de rechtbank, waarna de VVE op 6 januari 2026 een verweerschrift indiende. De mondelinge behandeling vond plaats op 13 januari 2026. [Verzoekster sub 1] c.s. is sinds december 2021 eigenaar van het betreffende appartementsrecht dat momenteel als kantoorruimte wordt gebruikt. Ze hebben al een omgevingsvergunning verkregen van de gemeente voor het ombouwen van de kantoorruimte naar woonruimte. Echter, de VVE heeft meerdere verzoeken van de eigenaren om de bestemming te wijzigen afgewezen, met als laatste afwijzing tijdens de algemene ledenvergadering op 24 juli 2025. In deze vergadering gaf een grote meerderheid van de VVE-leden aan geen wijziging van de bestemming naar woonruimte te willen. Ondanks de omgevingsvergunning, is voor de wijziging van de bestemming van het pand ook toestemming van de VVE nodig.
De beslissing van de rechtbank
Na het aanhoren van beide partijen en het bestuderen van de feiten, kwam de kantonrechter tot de conclusie dat er op de vergadering van de VVE op 24 juli 2025 geen formeel besluit was genomen dat vernietigd kon worden. De vergadering had slechts geïnventariseerd of er behoefte was om over het voorstel te stemmen, wat geen rechtsgevolg had. Daarom kon het verzoek om vernietiging van het zogenaamde besluit niet worden toegewezen.
Daarnaast verzocht [verzoekster sub 1] c.s. om een vervangende machtiging voor het gebruik van de kantoorruimte als woonruimte onder bepaalde voorwaarden. De kantonrechter oordeelde echter dat de gevraagde vervangende machtiging ook niet kon worden verleend. Volgens de rechtspraak kan een afwijkend gebruik alleen worden toegestaan indien het gebruik tijdelijk, persoonlijk en eenvoudig te herstellen is. De voorgestelde termijn van 25 jaar voor het gebruik als woonruimte werd niet als tijdelijk beschouwd. Bovendien was het onzeker of het gebruik als kantoorruimte eenvoudig hersteld kon worden, vooral als er structurele veranderingen zoals een loggia zouden worden aangebracht.
De kantonrechter besloot dat de wijziging van de bestemming een goederenrechtelijke wijziging van de splitsingsakte vereiste, iets dat buiten de bevoegdheid van de kantonrechter ligt om te verlenen zonder een formele wijziging van de splitsingsakte. Daarom werd het verzoek van [verzoekster sub 1] c.s. afgewezen.
Tot slot veroordeelde de kantonrechter [verzoekster sub 1] c.s. in de proceskosten, waarbij zij een bedrag van € 720,00 aan de VVE moesten betalen, inclusief het salaris van de gemachtigde en nakosten. De kostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat betaling binnen veertien dagen na aanschrijving moet plaatsvinden, met extra kosten indien niet op tijd betaald wordt. Deze uitspraak onderstreept het belang van de juiste juridische procedures bij het wijzigen van de bestemming van een appartementsrecht en de beperkingen die eigenaren kunnen tegenkomen wanneer een VVE niet instemt met een voorgestelde wijziging.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



