De zaak in het kort
De rechtbank Overijssel behandelt twee juridische procedures die verband houden met de transformatie van een voormalig kantoorgebouw naar een wooncomplex met appartementen. De Vereniging van Eigenaren (VvE) van het gebouw heeft een proces aangespannen tegen de ontwikkelaar Bruty B.V., terwijl Bruty B.V. een aparte procedure heeft ingediend tegen twee individuele appartementseigenaren. De geschillen draaien om vermeende gebreken in de gemeenschappelijke delen van het gebouw en betalingsgeschillen tussen de betrokken partijen.
Het verloop van het proces en de feiten
Bruty B.V., een onderneming die zich richt op vastgoedprojecten, transformeerde een voormalig kantoorgebouw in een wooncomplex met appartementen. Een deel van de appartementen werd verkocht, terwijl Bruty eigenaar bleef van de overige niet-verkochte eenheden. De Vereniging van Eigenaren (VvE) werd opgericht op 13 maart 2024. De VvE heeft in de procedure C/08/337721 / HA ZA 25-280 Bruty aangeklaagd voor het niet deugdelijk opleveren van de gemeenschappelijke delen van het complex. De oplevering vond plaats op 22 november 2024, zes maanden later dan gepland, en was volgens de VvE gebrekkig. Ondanks toezeggingen van Bruty om de gebreken te herstellen, bleef dit volgens de VvE uit. Hierdoor claimt de VvE een vervangende schadevergoeding en eist tevens achterstallige bijdragen van Bruty als eigenaar van niet-verkochte appartementen.
Bruty verweert zich tegen de vorderingen van de VvE en vraagt in een tegenvordering onder meer om opheffing van conservatoire beslagen en betaling van schadevergoeding vanwege vermeende ongerechtvaardigde verrijking door de VvE. In de tweede procedure C/08/341529 / HA ZA 25-415 eist Bruty van individuele appartementseigenaren, aangeduid als [partij A 1] en [partij A 3], betaling van bedragen die volgens Bruty verschuldigd zijn op basis van de koopovereenkomsten van hun appartementen. Deze eigenaren hebben volgens de koopovereenkomsten bedragen in depot bij de notaris staan, die nu opeisbaar zijn. Bruty betwist dat er nog gebreken zijn aan de appartementen van de eigenaren.
De beslissing van de rechtbank
Bruty heeft gevraagd om de procedures te voegen vanwege de nauwe samenhang tussen de feiten en juridische kwesties van beide zaken. De rechtbank oordeelt dat de zaken inderdaad verknocht zijn en dat voeging van de zaken wenselijk is om tegenstrijdige uitspraken te vermijden. De rechtbank wijst daarom de incidentele vordering tot voeging toe.
De rechtbank veroordeelt de VvE in de proceskosten van het incident in de eerste procedure en de appartementseigenaren [partij A 1] en [partij A 3] hoofdelijk in de kosten van het incident in de tweede procedure. De kosten worden vastgesteld op € 842,00 voor elk van de procedures, vermeerderd met eventuele betekeningskosten indien niet binnen de gestelde termijn wordt betaald.
De rechtbank bepaalt dat de zaken verder behandeld zullen worden op 18 maart 2026 voor de conclusie van antwoord in reconventie in de eerste procedure en voor de conclusie van antwoord in de tweede procedure. Verdere beslissingen worden aangehouden in afwachting van de voortgang van de procedures.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



