De zaak in het kort
In deze zaak, behandeld door het gerecht in eerste aanleg van Curaçao, draait het om een executiegeschil in een civielrechtelijk kort geding. De eisers, een individu en een stichting, zijn betrokken bij een geschil met de Coöperatieve Vereniging van Eigenaren (VvE) van het Royal Palm Resort, evenals twee andere gedaagden uit Nederland. De kwestie betreft de aankoop en executie van aandelen en onroerend goed als gevolg van achterstallige VvE-bijdragen. De eisers willen dat de VvE haar executie eerst richt op een appartement in plaats van op aandelen in een vennootschap. De zaak heeft geleid tot een reeks afspraken over de volgorde van executie en de betrokken partijen hebben ingestemd met de voorgestelde regeling.
Het verloop van het proces en de feiten
De zaak begon met een verzoekschrift van de eisers op 31 oktober 2025. De gedaagde partijen reageerden op verschillende manieren, waaronder een e-mail en mondelinge bijdragen tijdens de zitting op 9 december 2025. Deze zitting vond plaats in aanwezigheid van de vier gemachtigden, een vertegenwoordiger van de VvE, en een deurwaarder. De eisers verzochten de rechtbank om de VvE te verplichten de verkoop van aandelen op te schorten en eerst over te gaan tot de verkoop van het appartement.
De eisers voerden aan dat de VvE-bijdragen sinds 1 januari 2018 niet betaald zijn door de erven van de overleden eigenaren van een appartement. De VvE had hierop beslag gelegd op de aandelen van de erven in Multi Inversiones 2001 N.V., een vennootschap zonder activiteiten maar eigenaar van vastgoed in Veeris. De eisers, met belang bij zowel de aandelen als het appartement, vroegen de rechtbank om de volgorde van executie te veranderen.
Tijdens de zitting zijn verschillende punten besproken, waaronder het verzoek van de eisers om de toegang van de gemachtigde van de VvE te weigeren, waarbij werd verwezen naar een eerdere uitspraak en de woonplaatsvereisten voor advocaten. Dit verzoek werd afgewezen. Daarnaast werd duidelijk dat de VvE ook beslag had gelegd op het appartement en van plan was om dit eerst te executeren, conform de eis van de eisers.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank heeft besloten in lijn met de tijdens de zitting gemaakte afspraken. De VvE is veroordeeld om de gemaakte afspraken na te komen, waaronder het eerst executeren van het appartement. Specifiek werd er afgesproken dat de VvE een geactualiseerde berekening van de openstaande vordering zou verstrekken en de naam van de notaris zou geven voor de executoriale verkoop van het appartement. Alleen als de vordering na de verkoop van het appartement niet volledig voldaan is, zou de VvE overgaan tot executie van de aandelen.
De rechtbank heeft bovendien bepaald dat er geen dwangsommen worden opgelegd, en de proceskosten zijn gecompenseerd, wat betekent dat elke partij haar eigen kosten draagt. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat wil zeggen dat de uitspraak direct ten uitvoer kan worden gelegd ondanks eventuele hoger beroepen.
De uitspraak biedt een oplossing voor het conflict over de volgorde van executie en de betrokken partijen hebben erkend dat de gemaakte afspraken in hun belang zijn. Hiermee is een verdere juridische strijd over dit aspect voorlopig afgewend. De zaak onderstreept het belang van duidelijke afspraken en de rol van de rechter in het faciliteren van een praktische oplossing in executiegeschillen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




