De zaak in het kort
In deze zaak vordert de verhuurder de ontruiming van een woning vanwege ernstige en structurele overlast veroorzaakt door de huurder, [gedaagde], en zijn bezoekers. De verhuurders, [eiser 1] en [eiser 2], hebben klachten ontvangen van omwonenden en de Vereniging van Eigenaren (VvE) over het gedrag van de huurder en zijn bezoekers. De kantonrechter oordeelt dat er voldoende bewijs is van deze overlast en dat een ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming in een bodemprocedure waarschijnlijk zal worden toegewezen. Daarom besluit de kantonrechter in dit kort geding tot ontruiming van de woning.
Het verloop van het proces en de feiten
De rechtsprocedure begon met een dagvaarding en een mondelinge behandeling op 19 januari 2026. Tijdens deze behandeling maakten beide partijen hun standpunten kenbaar. De verhuurders [eiser 1] en [eiser 2] stelden dat de huurder [gedaagde] zijn verplichtingen op grond van de huurovereenkomst niet nakwam. De bewindvoerder van [gedaagde] voerde verweer, ontkende de ernst van de overlast en betwistte het spoedeisende karakter van de zaak.
Feitelijk ontstond de kwestie rond overlast in november 2021, toen een huurcontract voor een woning werd gesloten tussen [eiser 2] en een bedrijf [bv], dat de woning met toestemming onderverhuurde aan [gedaagde]. Na de beëindiging van deze huurovereenkomst bleef [gedaagde] in de woning wonen en betaalde hij de huur, ondanks het ontbreken van een ondertekende nieuwe huurovereenkomst met [eiser 1] en [eiser 2].
In de loop der tijd ontvingen [eiser 1] en [eiser 2] meerdere klachten over overlast veroorzaakt door [gedaagde] en zijn bezoekers. Deze klachten omvatten onder andere nachtelijk lawaai, vernielingen en een algemeen gevoel van onveiligheid onder omwonenden. Er werden pogingen ondernomen om [gedaagde] tot ander gedrag aan te zetten, waaronder gesprekken en hulptrajecten, maar deze bleken zonder resultaat.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter oordeelt dat de overlast door [gedaagde] en zijn bezoekers zodanig ernstig en structureel is dat dit een tekortkoming vormt in de verplichtingen van [gedaagde] als huurder. De overlast is gedocumenteerd met verklaringen van omwonenden en beelden van incidenten, zoals een geval van geweld op 11 oktober 2025. Deze incidenten bevestigen de ernst van de situatie en rechtvaardigen de ontbinding van de huurovereenkomst.
[eiser 1] kan echter geen ontruiming vorderen, aangezien hij niet als verhuurder in het oorspronkelijke huurcontract staat vermeld. Alleen [eiser 2] wordt erkend als verhuurder en kan de ontruiming vorderen. De kantonrechter vindt dat [eiser 2] voldoende spoedeisend belang heeft bij de ontruiming, gezien de voortdurende overlast en de verontrustende situatie voor de omwonenden en de medewerkers van de betrokken bedrijven.
De rechter besluit tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. De bewindvoerder wordt daarnaast veroordeeld tot betaling van de proceskosten ter hoogte van €1.183,47, vermeerderd met wettelijke rente indien deze niet tijdig worden voldaan. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, wat betekent dat de ontruiming kan doorgaan ondanks eventueel hoger beroep.
Deze beslissing benadrukt het belang van het handhaven van huurrechten en verplichtingen, waarbij ernstige en aanhoudende overlast voldoende reden kan zijn voor ontbinding van een huurovereenkomst en ontruiming van de huurder.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




