De zaak in het kort
In deze zaak voor de rechtbank Amsterdam staan [eiser 1] en [eiser 2] tegenover [gedaagde] in een geschil dat zich afspeelt binnen een Vereniging van Eigenaren (VvE). De eisers hebben kosten gemaakt voor renovatiewerkzaamheden aan het pand dat gezamenlijk eigendom is van de hoofd VvE en de onder-splitsing VvE. De kern van het geschil is of [gedaagde] een deel van de kosten moet dragen die verband houden met houtrot aan de dakkapellen en dakgoten, die als gemeenschappelijke delen van de VvE worden beschouwd. De eisers hebben [gedaagde] gedagvaard voor de betaling van een bedrag van € 3.274,00, vermeerderd met de wettelijke rente, omdat zij van mening zijn dat deze kosten gezamenlijk gedragen moeten worden door de VvE-leden.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding op 18 september 2025. Vervolgens diende [gedaagde] een conclusie van antwoord in en vond een mondelinge behandeling plaats op 19 februari 2026, waarbij beide partijen aanwezig waren. Tijdens de behandeling werd duidelijk dat het pand aan de [adres 1] gesplitst is in appartementsrechten, waarbij [gedaagde] eigenaar is van de bedrijfsruimte en [eiser 1] en [eiser 2] de eigenaars zijn van de woonappartementen.
Een belangrijk element in de zaak is de wijziging van het splitsingsreglement op 3 mei 1999, waarin bepaalde delen van het pand, zoals de buitengevels en dakkapellen, niet tot de gemeenschappelijke zaken van de VvE worden gerekend. De eisers stelden dat de kosten voor de vervanging van het dak en de reparatie van houtrot aan de dakgoten en dakkapellen gemeenschappelijk moeten worden gedragen, terwijl [gedaagde] betoogde dat deze kosten niet onder de hoofd VvE vallen vanwege de afspraken in het splitsingsreglement.
In februari 2025 had [eiser 2] via e-mail de beheerder van [gedaagde] geïnformeerd over de geplande werkzaamheden en de bijbehorende kosten, waarbij een deel van de kosten aan de hoofd VvE werd toegeschreven. [gedaagde] stemde in met de uitvoering van de werkzaamheden, maar toen extra kosten ontstonden door onvoorziene houtrot, ontstond er een geschil over de verdeling van deze extra kosten.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank moest eerst bepalen of [eiser 1] en [eiser 2] ontvankelijk waren in hun vordering, aangezien normaal gesproken de VvE als entiteit de procedure had moeten starten. De rechtbank oordeelde dat vanwege de specifieke omstandigheden – waarbij de stemmen binnen de VvE zouden staken omdat [gedaagde] tegen een procedure stemt – de eisers persoonlijk ontvankelijk zijn. De rechtbank benadrukte dat het niet redelijk is om van de eisers te verlangen dat ze een extra vergadering organiseren en een vervangende machtiging aanvragen, wat de proceseconomie niet ten goede zou komen.
Over de vraag of de dakkapellen tot de gemeenschappelijke gedeelten van de VvE behoren, oordeelde de rechtbank dat dakkapellen onderdeel zijn van het dak en dus tot de gemeenschappelijke gedeelten behoren, ondanks het feit dat ze ook raamkozijnen bevatten. De splitsingsakte biedt geen aanknopingspunten om dakkapellen als onderdeel van de buitengevel te beschouwen.
De rechtbank besloot dat [eiser 1] en [eiser 2] de gelegenheid krijgen om hun vordering nader te onderbouwen met specifieke documentatie, zoals facturen voor de huur van de steiger en de kosten van de timmerman. Dit was noodzakelijk omdat [gedaagde] had aangevoerd dat er een gebrek aan inzicht was in de gemaakte kosten en dat er geen VvE-besluit was over het meerwerk. De zaak is verwezen naar een volgende zitting voor verdere behandeling, waarbij [gedaagde] de kans krijgt om te reageren op de nieuwe informatie die door de eisers verstrekt zal worden. De rechtbank heeft de verdere beslissing aangehouden in afwachting van deze nadere onderbouwing.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




