VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBMNE:2026:512 bezwaarplicht geveltuinverwijdering niet ontvankelijk

by VvERechstpraak.nl
11/03/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland (

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:3249 vernietiging besluiten VvE na gebrekkige kascommissie

ECLI:NL:GHDHA:2026:229 machtiging wijziging splitsingsakte toegewezen

ECLI:NL:RBDHA:2026:3249 vernietiging besluiten VvE door rechtbank Den Haag

Het verloop van het proces en de feiten

De eiser woont in een bovenwoning en had samen met de eigenaar van de benedenwoning in 2018 de gemeente verzocht om een geveltuin aan te leggen. Deze geveltuin werd in 2019 aangelegd. In 2024 verzocht de eigenaar van de benedenwoning om de geveltuin te verwijderen, waarna de burgemeester de eiser per e-mail informeerde over de aanstaande verwijdering. Op 24 september 2024 werd de geveltuin daadwerkelijk verwijderd. De eiser maakte bezwaar tegen deze mededeling, maar dit bezwaar werd op 10 oktober 2024 door de burgemeester niet-ontvankelijk verklaard, omdat de mededeling geen besluit zou zijn.

De eiser stelde vervolgens beroep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. De zaak werd op 13 augustus 2025 voor de rechtbank behandeld. Tijdens de zitting werd de zaak geschorst om de burgemeester de gelegenheid te geven vragen te beantwoorden over de bevoegdheid tot het verwijderen van de geveltuin. Na schriftelijke antwoorden van de burgemeester en een reactie van de eiser werd een tweede zitting gehouden op 17 december 2025.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank moest beoordelen of de mededeling van de burgemeester een besluit was in de zin van de Awb. De eiser stelde dat de geveltuin niet zonder zijn toestemming verwijderd had mogen worden, omdat het pand eigendom is van een Vereniging van Eigenaars (VvE), waar hij deel van uitmaakt. Hij betoogde verder dat de verwijdering van de tuin onnodig was voor het oplossen van vochtproblemen in de benedenwoning en dat hij schadevergoeding wenste voor de onrechtmatige verwijdering.

De rechtbank oordeelde dat de mededeling over de verwijdering van de geveltuin geen besluit was. Het betrekken van burgers bij het beheer van de openbare ruimte, zoals het aanleggen en onderhouden van een geveltuin, wordt gezien als een feitelijke handeling en niet als een besluit dat rechtsgevolgen met zich meebrengt. Het zelfbeheerbeleid van de gemeente Utrecht, dat het mogelijk maakt voor burgers om zonder vergunning geveltuinen aan te leggen, schept geen rechten of plichten voor de burgers. Hierdoor kan er ook geen bezwaar worden gemaakt tegen de mededeling van de verwijdering, omdat dit geen besluit betreft maar een aankondiging van een feitelijke handeling.

De rechtbank concludeerde dat het bezwaar van de eiser terecht niet-ontvankelijk was verklaard, omdat er geen sprake was van een besluit. De rechtbank kon daardoor ook niet beoordelen of de verwijdering van de geveltuin terecht was. De eiser werd geadviseerd om bij de civiele rechter schadevergoeding te eisen als hij vond dat de verwijdering onrechtmatig was.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De eiser kreeg het betaalde griffierecht niet terug en er werd geen vergoeding toegekend voor proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter mr. J.A.J. Woutersen en uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026. Partijen kunnen binnen zes weken na de verzenddatum van de uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

ADVERTISEMENT

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:GHDHA:2026:229 machtiging wijziging splitsingsakte toegewezen

Next Post

ECLI:NL:RBDHA:2026:3249 vernietiging besluiten VvE na gebrekkige kascommissie

Gerelateerde uitspraken>>>

Vervangende machtiging

ECLI:NL:RBDHA:2026:3249 vernietiging besluiten VvE na gebrekkige kascommissie

11/03/2026
Vervangende machtiging

ECLI:NL:GHDHA:2026:229 machtiging wijziging splitsingsakte toegewezen

11/03/2026
Vervangende machtiging

ECLI:NL:RBDHA:2026:3249 vernietiging besluiten VvE door rechtbank Den Haag

10/03/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.