De zaak in het kort
De vereniging van eigenaars (VvE) Acqua Residence, gevestigd in Sint Maarten, heeft appartementseigenaar [eigenaar] gedagvaard voor het niet betalen van achterstallige bijdragen voor onderhoud en beheer. Acqua eist betaling van deze bijdragen en verdere kosten. De rechtbank heeft de vorderingen grotendeels toegewezen maar heeft ook een deel afgewezen. Het conservatoir beslag dat door Acqua was gelegd, werd als onterecht beschouwd, en daarom zijn er geen kosten voor de beslaglegging toegewezen. De proceskosten zijn geminimaliseerd vanwege slordigheden in de procedure van Acqua.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een inleidend verzoekschrift van Acqua, ingediend op 13 juni 2025. [eigenaar] diende zijn conclusie van antwoord op 14 oktober 2025 in, waarna de zaak op 19 februari 2026 mondeling werd behandeld. Tijdens deze zitting werd de zaak verder besproken en verklaarden beide partijen hun standpunten. Na de zitting vroegen de partijen om een korte uitstel om te proberen tot een minnelijke regeling te komen, maar uiteindelijk werd de uitspraak op 31 maart 2026 gedaan.
[eigenaar] is eigenaar van een appartement binnen Acqua Residence en is verplicht om bij te dragen aan de gemeenschappelijke kosten. Hij heeft echter nagelaten om deze bijdragen te betalen, ondanks een eerdere veroordeling door de rechtbank op 19 september 2023. Acqua heeft daarop conservatoir beslag gelegd op het appartement van [eigenaar] op 19 mei 2025. Acqua vordert nu betaling van USD 44.665,70 voor achterstallige bijdragen, vermeerderd met rente en andere kosten.
[eigenaar] verweert zich primair door te stellen dat Acqua niet bevoegd was om zonder machtiging van de VvE-vergadering een gerechtelijke procedure te beginnen. Daarnaast betwist hij de basis en hoogte van de gevorderde bedragen, stelt dat de facturen onjuist zijn gespecificeerd, en betwist de verdeelsleutels die zijn toegepast.
De beslissing van de rechtbank.
De rechtbank heeft geoordeeld dat Acqua ontvankelijk is in haar vorderingen, aangezien zij voldoende heeft aangetoond dat zij bevoegd is om deze procedure te voeren. De rechtbank was het met [eigenaar] eens dat de specificatie van de gevorderde bedragen onvoldoende was en dat er fouten waren in de verdeelsleutels die Acqua had toegepast. Om die reden werd het bedrag waarvoor [eigenaar] is veroordeeld, verlaagd en vastgesteld op USD 40.000.
De rechtbank verwerpt de door Acqua gevorderde rente apart toe te kennen, omdat deze al was opgenomen in het totaalbedrag dat op de verklaring van Acqua was vermeld. De rechtbank heeft ook geweigerd de kosten van het tweede conservatoir beslag toe te wijzen aan Acqua, omdat zij al een executoriale titel had en het tweede beslag onnodig was. Bovendien was Acqua nalatig in de juiste vermelding van eerder gelegd beslag, wat een schending van artikel 18c Rv oplevert.
De rechtbank heeft de gevorderde buitengerechtelijke kosten afgewezen, omdat er geen bewijs was van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden. Evenzo werd de vordering voor de verzekeringsbijdrage afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank heeft ook de vordering afgewezen om [eigenaar] te veroordelen voor toekomstige bijdragen die nog niet verschuldigd waren ten tijde van de uitspraak.
De proceskosten werden aan Acqua toegewezen, maar slechts beperkt tot USD 705,50 vanwege de onzorgvuldigheden en het feit dat een aanzienlijk deel van de vorderingen werd afgewezen. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de uitspraak meteen uitgevoerd kan worden, zelfs als er beroep wordt aangetekend.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




