De zaak in het kort
In een civielrechtelijke procedure voor de rechtbank Amsterdam speelt de vraag of schade aan de erkerconstructie van een derde verdieping appartement is veroorzaakt door bouwwerkzaamheden in een appartement op de eerste verdieping. De eigenaar van het beschadigde appartement ([eiser]) stelt dat de schade is ontstaan doordat de eigenaar van het onderliggende appartement ([gedaagde 1]) in 2010 een dragende muur heeft verwijderd zonder toestemming van de Vereniging van Eigenaars (VvE) en zonder bouwvergunning. De aannemer van deze werkzaamheden ([gedaagde 2]) wordt ook verweten dat zij haar zorgplicht heeft geschonden. De rechtbank acht het noodzakelijk om een deskundige aan te stellen om vast te stellen of de schade daadwerkelijk door deze bouwwerkzaamheden is veroorzaakt.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met dagvaardingen in juni 2025. [Eiser] claimt dat [gedaagden] onrechtmatig hebben gehandeld door een dragende muur te verwijderen, wat heeft geleid tot scheurvorming en wijken van de erkerconstructie in zijn appartement. De feiten van de zaak gaan terug tot 2010, toen [gedaagde 1] eigenaar was van het appartement op de eerste verdieping en zonder toestemming een verbouwing liet uitvoeren waarbij een muur werd verwijderd. In 2016 kocht [eiser] het appartement op de derde verdieping. In 2020 verkocht [gedaagde 1] haar appartement, waarbij zij pas toen melding maakte van de eerdere verbouwing.
In 2022 ontdekte [eiser] scheuren en lekkage in zijn appartement. Een bouwtechnisch onderzoek door DEJA Bouwadviseur B.V. stelde vast dat de schade mogelijk was veroorzaakt door het ontbreken van een contragewicht op de eerste verdieping, een gevolg van de verwijderde muur. [Gedaagde 2] verdedigt zich door te stellen dat zij de juiste voorzorgsmaatregelen hadden getroffen, zoals het plaatsen van een stalen portaal om de draagkracht te behouden.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelt dat [eiser] ontvankelijk is in zijn vorderingen en dat de beroepen van [gedaagde 1] op verjaring en rechtsverwerking niet slagen. De rechtbank kan echter op dit moment niet definitief beoordelen of de schade aan de erkerconstructie daadwerkelijk is veroorzaakt door de verwijdering van de muur. Daarom wordt een deskundige aangesteld om de oorzaak van de schade vast te stellen en om te beoordelen of de aannemer voldoende voorzorgsmaatregelen heeft getroffen. De rechtbank houdt de beslissing aan totdat het deskundigenbericht is ontvangen.
Daarnaast wordt de vordering van [eiser] voor vergoeding van gederfd woongenot afgewezen, omdat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat hij daadwerkelijk hinder heeft ondervonden na het stempelen van de erker. Het voorschot op de kosten van de deskundige zal door [eiser] moeten worden betaald, en partijen krijgen de gelegenheid om zich uit te laten over de te benoemen deskundige en de te stellen vragen. De zaak wordt voortgezet na het deskundigenonderzoek.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




