De zaak in het kort
De rechtbank Amsterdam oordeelt over een geschil tussen een appartementseigenaar ([eiser]) en de voormalige eigenaar van een ander appartement ([gedaagde 1]) en de aannemer ([gedaagde 2]) die verantwoordelijk was voor een verbouwing in 2010. [eiser] claimt dat de verbouwing, waarbij een draagmuur werd verwijderd zonder toestemming van de Vereniging van Eigenaren (VvE) en zonder bouwvergunning, heeft geleid tot schade aan zijn erkerconstructie. De rechtbank moet beslissen of er sprake is van causaal verband tussen de verbouwing en de schade en stelt voornemens te zijn een deskundige te benoemen om dit te beoordelen.
Het verloop van het proces en de feiten
Het proces begon met dagvaardingen in juni 2025, gevolgd door beantwoordingen van de gedaagden, en culminerend in een tussenvonnis en mondelinge behandeling in december 2025. Het geschil draait om een verbouwing uitgevoerd door [gedaagde 2] in een appartement dat toen eigendom was van [gedaagde 1]. Tijdens deze verbouwing werd een draagmuur verwijderd, wat volgens [eiser] heeft geleid tot schade aan zijn erker in een bovenliggend appartement. [eiser] eist compensatie voor herstelkosten, deskundigenkosten, en gederfd woongenot.
De rechtbank heeft vastgesteld dat [eiser] ontvankelijk is in zijn vorderingen. Er is geen exclusieve bevoegdheid van de VvE om dergelijke vorderingen in te stellen, en [eiser] kan namens de beperkte gemeenschap waar hij deel van uitmaakt procederen. Het beroep van [gedaagden] op verjaring en rechtsverwerking werd niet gehonoreerd. De rechtbank acht de vordering niet verjaard, omdat [eiser] pas in 2022 bekend werd met de schade en de oorzaak daarvan. Ook het beroep op rechtsverwerking werd afgewezen, omdat [gedaagde 1] geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die een dergelijk beroep rechtvaardigen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank heeft nog geen definitieve beslissing genomen maar is voornemens een deskundige te benoemen om te beoordelen of de schade aan de erker veroorzaakt is door het verwijderen van de draagmuur in 2010. De deskundige moet ook oordelen over de voorzorgsmaatregelen die [gedaagde 2] destijds heeft getroffen. Partijen krijgen de gelegenheid om zich uit te laten over de benoeming van de deskundige en de te stellen vragen. De kosten voor het deskundigenonderzoek zullen in eerste instantie door [eiser] als eisende partij worden gedragen.
De rechtbank heeft echter al beslist dat de vordering voor gederfd woongenot zal worden afgewezen, omdat [eiser] onvoldoende heeft aangetoond dat hij daadwerkelijk gederfd woongenot heeft geleden, met name omdat de erker na ontdekking van de scheurvorming direct gestempeld is en geen onmiddellijk gevaar opleverde.
Tot slot houdt de rechtbank verdere beslissingen aan in afwachting van het deskundigenonderzoek en de daaropvolgende conclusies.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



