De zaak in het kort
In deze civiele zaak bij de rechtbank Amsterdam wordt een geschil behandeld tussen een eigenaar van een appartement, aangeduid als [eiser], en de voormalige eigenaar van een ander appartement in hetzelfde gebouw, aangeduid als [gedaagde 1], samen met de aannemer [gedaagde 2]. [eiser] stelt dat door een verbouwing in het appartement van [gedaagde 1] zonder de benodigde vergunning en toestemming van de Vereniging van Eigenaren (VvE) een draagmuur gedeeltelijk is verwijderd. Deze handeling zou geleid hebben tot scheuren in de erkerconstructie van [eiser]’s appartement. De rechtbank onderzoekt de aansprakelijkheid en mogelijke oorzaak van de schade, en overweegt het benoemen van een deskundige om de technische aspecten van de zaak te beoordelen.
Het verloop van het proces en de feiten
Het geschil begon na een verbouwing in 2010 door [gedaagde 1], waarbij zonder toestemming van de VvE en zonder vergunning een draagmuur in haar appartement op de eerste verdieping werd verwijderd. [eiser], die in 2016 het appartement op de derde verdieping kocht, ontdekte in 2022 scheuren in de erker van zijn appartement. Een bouwkundig onderzoek door DEJA suggereerde dat het verwijderen van de draagmuur een oorzaak kon zijn van de structurele problemen.
In de procedure voerden [gedaagden] aan dat de vordering van [eiser] verjaard was en dat er geen sprake was van een onrechtmatige daad. Zij betwisten ook dat de schade aan de erker het gevolg was van de verbouwing. [eiser] beweert dat zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] onrechtmatig hebben gehandeld, respectievelijk door het verwijderen van de draagmuur zonder toestemming en vergunning, en door een gebrek aan voorzorgsmaatregelen tijdens de verbouwing.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank concludeerde dat de vordering niet verjaard was en dat [eiser] ontvankelijk was in zijn vordering, ondanks dat de kosten van herstel vanuit een gezamenlijke rekening met zijn ouders waren betaald. De rechtbank wees het beroep van [gedaagden] op rechtsverwerking af, aangezien er geen bijzondere omstandigheden waren die dat zouden rechtvaardigen.
De rechtbank oordeelde dat [gedaagde 1] onrechtmatig had gehandeld door de draagmuur zonder toestemming van de VvE en zonder vergunning te verwijderen, hetgeen in strijd was met de splitsingsakte en de wettelijke plicht. De rechtbank moest echter nog beslissen of [gedaagde 2] onrechtmatig had gehandeld, omdat niet vaststaat of zij voldoende voorzorgsmaatregelen hadden genomen.
Omdat de technische oorzaak van de schade aan de erkerconstructie nog onduidelijk was, stelde de rechtbank voor een deskundige aan te wijzen om de oorzaak van de schade vast te stellen. Een beslissing over de aansprakelijkheid van [gedaagde 2] en de volledige toewijzing van de vordering van [eiser] werd daarbij aangehouden. De rechtbank gaf partijen de gelegenheid om zich uit te laten over de te benoemen deskundige en de inhoud van de vragen die aan deze deskundige gesteld zullen worden.
Tot slot wees de rechtbank de vordering van [eiser] voor gederfd woongenot af, omdat hij onvoldoende had onderbouwd dat hij daadwerkelijk beperkt was geweest in het gebruik van zijn appartement door de scheuren in de erker. De procedure werd verder aangehouden in afwachting van het deskundigenonderzoek.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




