De zaak in het kort
In deze zaak, behandeld door de rechtbank Midden-Nederland, gaat het om een verzoek van een Vereniging van Eigenaren (VVE) van een appartementencomplex in Utrecht. De VVE heeft verzocht om een vervangende machtiging van de kantonrechter om een appartement te betreden voor een geluidsonderzoek. De verzoeker, de VVE, heeft klachten ontvangen over geluidsoverlast van de onderburen van de verweerder, die in een appartement in het complex woont. De kantonrechter heeft het verzoek afgewezen omdat de VVE niet aan de voorwaarden uit het splitsingsreglement heeft voldaan en niet voldoende heeft aangetoond dat er sprake is van geluidsoverlast.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een verzoekschrift dat door de VVE werd ingediend. Het verweerschrift werd door de bewoner van het appartement ingediend. Tijdens de mondelinge behandeling op 17 juni 2025 werd de zaak besproken, en er werd een descente (plaatsopneming) gepland. De descente vond plaats op 30 juni 2025, waarbij de kantonrechter, de griffier en de partijen het appartement van de onderburen bezochten om naar geluiden te luisteren die door een stagiaire van de rechtbank werden nagebootst.
De VVE heeft sinds 2022 klachten ontvangen over geluidsoverlast die door de onderburen van de verweerder zou worden veroorzaakt. De VVE wilde daarom een geluidsonderzoek laten uitvoeren in het appartement van de verweerder. De verweerder maakte bezwaar tegen het binnentreden van haar appartement zonder dat eerst werd aangetoond dat er daadwerkelijk sprake was van geluidsoverlast.
De VVE beriep zich op artikel 17 van het splitsingsreglement, waarin staat dat toegang tot een privé-gedeelte van het gebouw kan worden verkregen als het bestuur dit noodzakelijk acht voor handelingen met betrekking tot gemeenschappelijke gedeelten of zaken. De VVE stelde dat de harde vloer van de verweerder mogelijk de oorzaak van het geluidsprobleem was en dat een bouwtechnisch onderzoek naar geluidslekken noodzakelijk was.
Tijdens de descente bleek echter dat veel van de geluiden die door de onderburen als overlastgevend werden ervaren, niet of nauwelijks hoorbaar waren. Bovendien waren sommige van de geluiden afkomstig van bronnen buiten het appartement van de verweerder, zoals geluiden van buiten en de koelkast van de onderburen zelf.
De beslissing van de rechtbank
De kantonrechter besliste dat de verzoeken van de VVE werden afgewezen. De VVE had niet aangetoond dat er sprake was van geluidsoverlast en had ook niet voldaan aan de voorwaarden uit het splitsingsreglement voor het betreden van het appartement van de verweerder. Artikel 17 van het splitsingsreglement, dat de VVE als basis voor haar verzoek gebruikte, was niet van toepassing omdat niet was vastgesteld dat het geluidsprobleem betrekking had op gemeenschappelijke gedeelten of zaken van het gebouw.
De kantonrechter oordeelde dat de VVE geen recht had op toegang tot het appartement van de verweerder, aangezien er geen objectief bewijs was geleverd dat er geluidsoverlast was. Het verzoek om een vervangende machtiging werd daarom afgewezen. Ook de aanvullende verzoeken van de VVE, zoals het opleggen van een dwangsom aan de verweerder, werden afgewezen.
Ten slotte werd de VVE veroordeeld tot het betalen van de proceskosten, die werden begroot op € 1.221,00. De beschikking werd op 3 december 2025 uitgesproken door mr. V.E.J.A. Boots en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor wat betreft de proceskostenveroordeling.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



