De zaak in het kort
In deze zaak bij de rechtbank Gelderland draaide het om de uitleg van de splitsingsakte van een recreatiepark en de daaruit voortvloeiende verdeelsleutel voor gemeenschappelijke kosten. De eisers, eigenaren van een appartementsrecht op het recreatiepark, waren het niet eens met besluiten van de Vereniging van Eigenaars (VvE) Boeschoten om kosten voor nutsvoorzieningen te verdelen over 73 in plaats van 74 kavels. Ze vorderden dat deze besluiten nietig werden verklaard en dat de verdeelsleutel zou worden gecorrigeerd naar de oorspronkelijke 1/74e deel.
Het verloop van het proces en de feiten
De eisers zijn sinds 2015 eigenaar van een appartementsrecht op recreatiepark Boeschoten I. Volgens de splitsingsakte uit 1999 zijn zij, net als de andere eigenaren, verplicht om voor 1/74e deel bij te dragen aan de gemeenschappelijke kosten. In 2020 besloot de VvE tot de aanleg van een glasvezelnetwerk, waarbij de kosten evenredig over de leden werden verdeeld. In 2022 en 2024 werd tijdens vergaderingen van eigenaars besloten om de kosten voor nutsvoorzieningen voortaan over 73 kavels te verdelen, omdat één eigenaar twee kavels bezit zonder dubbele nutsvoorzieningen te gebruiken. Deze verandering leidde tot het huidige geschil.
De eisers betoogden dat de besluiten van de VvE in strijd waren met de splitsingsakte, die een verdeling van kosten volgens 1/74e deel voorschrijft. Ze eisten nietigverklaring van de besluiten, correctie van de doorberekende kosten en een dwangsom bij niet-nakoming. De VvE voerde verweer, stelde dat de kostenverdeling correct was en vroeg om afwijzing van de vorderingen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank moest eerst vaststellen of zij bevoegd was om over de zaak te oordelen, gezien het internationale karakter vanwege de woonplaats van de eisers. Op basis van de Europese verordening over rechterlijke bevoegdheid was de Nederlandse rechter bevoegd, omdat de VvE in Nederland is gevestigd. Vervolgens werd vastgesteld dat het Nederlandse recht van toepassing was op de vorderingen, omdat de VvE haar zetel in Nederland heeft.
De rechtbank concludeerde dat de besluiten van de VvE in strijd waren met de splitsingsakte. Volgens de akte moeten kosten en schulden gelijkelijk over de eigenaren worden verdeeld, tenzij anders bepaald in het reglement. De verdeling van kosten over 73 in plaats van 74 kavels was niet toegestaan zonder wijziging van het splitsingsreglement. De besluiten van 9 december 2022 en 19 april 2024 waren daarom nietig.
De rechtbank oordeelde dat de vastrechtkosten voor nutsvoorzieningen gemeenschappelijk zijn en volgens de verdeelsleutel van 1/74e deel moeten worden verdeeld. De VvE moet correcties uitvoeren voor de jaren 2021 tot en met 2024. De eis van de eisers om de kosten voor televisie en internet te herzien werd afgewezen, omdat deze kosten niet onder gemeenschappelijke kosten vallen volgens het splitsingsreglement.
De proceskosten werden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt. De rechtbank wees de gevorderde dwangsommen af, omdat er geen aanleiding was om te veronderstellen dat de VvE niet aan het vonnis zou voldoen. Al met al werd het oorspronkelijke besluit van de VvE om kosten anders te verdelen dan in de splitsingsakte bepaald, nietig verklaard en moest de VvE de kostenverdeling corrigeren volgens de akte.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




