De zaak in het kort
In deze zaak staan de eigenaars van een appartementsrecht op recreatiepark Boeschoten I (de eisers) tegenover de Vereniging van Eigenaars (VvE) van het recreatiepark. De kern van het geschil draait om de vraag of de VvE op rechtmatige wijze de kosten voor nutsvoorzieningen (zoals transport, meetdiensten, en vastrecht) heeft doorbelast aan de appartementseigenaren. De eisers betwistten de rechtmatigheid van de besluiten van de VvE om deze kosten te verdelen over 73 in plaats van de oorspronkelijk vastgelegde 74 kavels, en stelden dat deze besluiten in strijd zijn met het splitsingsreglement van de VvE.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een tussenvonnis op 9 juli 2025 en een mondelinge behandeling op 17 december 2025. De rechtbank Gelderland in Arnhem was bevoegd om deze zaak te behandelen vanwege de vestigingsplaats van de VvE in Nederland en het toepasselijke Nederlandse recht op de vorderingen die voortvloeien uit de besluitvorming van de VvE.
De zaak draait om de verdeling van kosten die de VvE Boeschoten aan de appartementseigenaren in rekening bracht. Volgens de splitsingsakte van 1999 moeten deze kosten verdeeld worden op basis van een breukdeel van 1/74 per appartementsrecht. Echter, op 9 december 2022 en 19 april 2024 nam de vergadering van eigenaars besluiten om de kosten te verdelen op basis van 1/73e deel. Dit gebeurde omdat één appartementseigenaar twee kavels bezat, maar slechts één kavel gebruikte. Hierdoor werden de kosten voor nutsvoorzieningen verdeeld over 73 in plaats van 74 kavels.
De eisers voerden aan dat deze wijziging in strijd was met het splitsingsreglement en vorderden dat de besluiten van de VvE nietig werden verklaard. Ze eisten ook correcties in de berekening van de kosten voor nutsvoorzieningen en de terugbetaling van teveel betaalde bedragen. Daarnaast wilden ze dat de VvE gedwongen zou worden om de verdeelsleutel van 1/74e deel toe te passen, ondersteund door dwangsommen.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de besluiten van 9 december 2022 en 19 april 2024 nietig waren, omdat ze in strijd waren met het splitsingsreglement. Het reglement bepaalt dat kosten en schulden voor gemeenschappelijke rekening verdeeld moeten worden volgens de vastgelegde breukdelen, tenzij anders bepaald in het reglement zelf. De rechtbank stelde vast dat de (vastrecht)kosten voor nutsvoorzieningen inderdaad als gemeenschappelijke kosten moesten worden beschouwd en dat de verdeelsleutel van 1/74e deel daarom van toepassing was.
De rechtbank verklaarde de besluiten nietig en beval de VvE om binnen 30 dagen na het vonnis de verdeling van de nutsvoorzieningenkosten te corrigeren volgens de oorspronkelijke verdeelsleutel. De eisers kregen echter geen gelijk in hun eis voor de correctie van televisie- en internetkosten, omdat deze niet als gemeenschappelijke kosten werden beschouwd. Evenmin werd de vordering voor afvalstoffenheffing toegewezen, omdat onvoldoende was aangetoond dat deze verkeerd waren verdeeld.
De rechtbank besloot de proceskosten te compenseren, wat betekent dat elke partij haar eigen kosten draagt. Gedeeltelijk kregen beide partijen gelijk, waardoor geen van beide volledig in het ongelijk werd gesteld. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat inhoudt dat de opgelegde correcties direct moeten worden doorgevoerd, ongeacht een eventueel hoger beroep.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




