De zaak in het kort
De kern van deze zaak draait om de besluiten van de vergadering van eigenaars (VvE) van een appartementencomplex. Deze vergadering heeft bepaald dat het onderhoud van bepaalde ramen en schuifpuien onder de verantwoordelijkheid van de VvE valt. Een appartementseigenaar, die zelf deze ramen en schuifpuien niet bezit, heeft bezwaar gemaakt tegen deze besluiten. Hij stelt dat de besluiten nietig of vernietigbaar zijn wegens strijd met de wet, het splitsingsreglement of de redelijkheid en billijkheid. De kantonrechter heeft het verzoek van deze eigenaar afgewezen en het gerechtshof heeft deze beslissing bekrachtigd.
Het verloop van het proces en de feiten
De appellanten, twee eigenaren van een appartementsrecht, hebben in juni 2025 beroep aangetekend tegen de beschikking van de kantonrechter in Amsterdam van mei 2025. Ze hebben hun verzoeken in het beroepschrift gewijzigd en aanvullende stukken overlegd. De VvE heeft hiertegen verweer gevoerd en een tegenverzoek ingediend. Een mondelinge behandeling vond plaats in maart 2026 waarbij beide partijen hun standpunt hebben toegelicht.
Het appartementsrecht van de appellanten is ontstaan door een reeks splitsingen van een stuk grond met opstallen in een parkeergarage en zeven gebouwen. Deze splitsingen zijn vastgelegd in verschillende splitsingsakten. In deze akten is bepaald welke delen gemeenschappelijk zijn en welke tot het privé-eigendom behoren. De VvE heeft in december 2024 besloten dat bepaalde ramen en schuifpuien onder haar onderhoud vallen. De appellanten hebben bezwaar tegen deze besluiten omdat zij zelf geen van deze ramen of schuifpuien bezitten en vinden dat deze verantwoordelijkheid bij de individuele eigenaren moet liggen.
De beslissing van de rechtbank
Het gerechtshof heeft het geschil beoordeeld en geconcludeerd dat de PH-ramen, aluminium schuiframen en schuifpuien gemeenschappelijk zijn, zoals bepaald in de splitsingsakten. Het hof heeft geoordeeld dat deze onderdelen geheel onder de verantwoordelijkheid van de VvE vallen, behalve het onderhoud dat specifiek door de eigenaren moet worden uitgevoerd volgens artikel 18 van het splitsingsreglement. Het hof zag geen strijd met de redelijkheid en billijkheid omdat de besluiten slechts bevestigen wat reeds in het splitsingsreglement is vastgelegd. De appellanten zijn veroordeeld in de proceskosten omdat hun grieven zijn afgewezen en het hof de beschikking van de kantonrechter heeft bekrachtigd.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




