De zaak in het kort
Een echtpaar (eisers) heeft een appartement gekocht van de gedaagden voor een bedrag van €1.025.000. Na de aankoop ontdekten de eisers verschillende gebreken aan de woning, die volgens hen niet voldeden aan wat zij hadden mogen verwachten op basis van de verkoopinformatie. Ze vorderden gedeeltelijke ontbinding van de koopovereenkomst en een vermindering van de koopsom met €108.522,59, of een schadevergoeding ter hoogte van dit bedrag. De rechtbank oordeelde dat de woning inderdaad niet aan de verwachtingen voldeed en kende een vermindering van de koopsom toe met €71.158,75, plus verwijzing naar de schadestaat voor verdere schadevergoeding.
Het verloop van het proces en de feiten
Op 31 augustus 2023 kochten de eisers een appartement van de gedaagden voor €1.025.000. De woning was volgens de verkoopbrochure in 2021 volledig gerenoveerd en zou van hoge kwaliteit zijn. Na de overdracht van de woning op 6 oktober 2023 ontdekten de eisers echter meerdere gebreken, waaronder problemen met de isolatie, het schilderwerk, de cv-ketel, en diverse sanitaire installaties.
De eisers voerden aan dat de woning niet voldeed aan de eisen van artikel 7:17 BW, wat inhoudt dat een zaak moet beantwoorden aan de overeenkomst. Met andere woorden, de woning had niet de eigenschappen die zij op basis van de koopovereenkomst mochten verwachten. Ze wezen erop dat de makelaar en de gedaagden zelf hadden verklaard dat het om een hoogwaardige renovatie ging, en dat de woning geen gebreken of noodzakelijke onderhoudsproblemen zou vertonen.
De gedaagden betwistten de vorderingen en voerden aan dat de eisers op de hoogte zouden moeten zijn geweest van de staat van de woning, mede door de bouwtechnische keuring die vooraf was uitgevoerd.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank oordeelde dat de woning inderdaad niet voldeed aan de verwachtingen zoals geschetst in de verkoopbrochure en de mededelingen van de verkoper. Er werd vastgesteld dat er sprake was van non-conformiteit met betrekking tot meerdere gebreken, waaronder de slechte staat van de kozijnen, de matige isolatie, en de problemen met de cv-ketel en het sanitair.
De rechtbank vond dat de gedaagden hun mededelingsplicht hadden geschonden door de eisers niet volledig te informeren over de gebreken. De eisers hadden gerechtvaardigd kunnen vertrouwen op de verklaringen van de gedaagden en de makelaar over de staat van de woning.
Als gevolg van deze bevindingen werd de koopovereenkomst gedeeltelijk ontbonden en werd de koopsom verminderd met een bedrag van €71.158,75. Daarnaast werd bepaald dat de gedaagden aansprakelijk zijn voor verdere schadevergoeding, waarvan de hoogte nog moet worden vastgesteld in een afzonderlijke schadestaatprocedure. De eisers kregen ook een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten toegekend.
De rechtbank veroordeelde de gedaagden tot betaling van de proceskosten, omdat zij in het ongelijk waren gesteld. De uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat deze direct ten uitvoer kan worden gelegd, ondanks eventueel hoger beroep.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




