VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBROT:2026:1805 beroep ongegrond bij omgevingsvergunning stalen ligger

by VvERechstpraak.nl
27/02/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

De rechtbank Rotterdam heeft op 20 februari 2026 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijk geschil betreffende een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. De vergunning betreft het legaliseren van een bestaande stalen ligger onder een achtergevel van een woning. De Vereniging van Eigenaren (VvE) was het niet eens met deze vergunning en betoogde dat het bouwkundig rapport dat ten grondslag lag aan de aanvraag verkeerde uitgangspunten hanteerde. De rechtbank oordeelde echter dat het beroep van de VvE ongegrond was, en dat de omgevingsvergunning in stand blijft.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:GHDHA:2026:200 vve geschil over dakonderhoud en mandaat advocaat

ECLI:NL:RBNHO:2026:1782 verplichting PWN om NAW-gegevens te verstrekken

ECLI:NL:RBNHO:2025:15861 veroordeling oud-bestuurder tot afgifte VvE administratie

Het verloop van het proces en de feiten

Op 28 maart 2023 diende de vergunninghouder een aanvraag in voor het legaliseren van een stalen ligger in zijn woning te Rotterdam. Het college verleende op 24 april 2023 een omgevingsvergunning voor deze verbouwing. De VvE, die de belangen van de eigenaren van de naastgelegen woningen vertegenwoordigt, diende een bezwaar in, stellende dat de verbouwing schade had veroorzaakt aan hun eigendom, zoals scheuren in de mandelige muur. Op 8 september 2023 werd het bezwaar door het college afgewezen, waardoor de VvE naar de rechtbank stapte.

Tijdens de zitting op 13 januari 2026 voerden beide partijen hun standpunten aan. De VvE betoogde dat de feitelijke situatie niet overeenkomt met de in de aanvraag vermelde gegevens. Zij betwistte de constructieberekeningen en stelde dat er afwijkingen waren ten opzichte van eerdere vergunningen. De rechtbank moest daarbij ook rekening houden met het overgangsrecht in verband met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024. Aangezien de aanvraag vóór deze datum was ingediend, bleef het oude recht van toepassing.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank oordeelde dat de VvE niet aannemelijk had gemaakt dat de constructieberekeningen in het bouwkundig rapport niet voldeden aan het Bouwbesluit 2012. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de VvE geen deskundig tegenrapport had verstrekt dat de bevindingen van het bouwkundig rapport kon weerleggen. Het rapport van ConstructieShop.nl, dat de VvE had overgelegd, was niet specifiek gericht op het bestreden besluit en bood geen inhoudelijke tegenbewijsvoering tegen de aannemelijkheidstoets zoals vereist door de Wabo.

Verder stelde de rechtbank dat de aanvraag en de bijbehorende maatvoering zoals ingediend bepalend zijn voor de beoordeling, niet de werkelijke situatie. Dit betekent dat afwijkingen van de feitelijke situatie die geen betrekking hebben op handhaving, in deze procedure niet relevant zijn. Ook oordeelde de rechtbank dat het college zorgvuldig had gehandeld door de aanvraag in behandeling te nemen zonder overleg met de VvE, omdat overleg in eerste instantie met de aanvrager dient te geschieden.

De uitspraak impliceert dat de omgevingsvergunning voor het legaliseren van de stalen ligger blijft gelden, en dat de VvE verantwoordelijk is voor de proceskosten. Indien de VvE het niet eens is met deze uitspraak, kan zij binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Lees de originele uitspraak hier.

ADVERTISEMENT

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:OGHACMB:2026:36 Boete voor vertraagde bouw bij Coral Estate Curaçao

Next Post

ECLI:NL:OGEAC:2025:313 executiegeschil over achterstallige VvE-bijdrage en beslag

Gerelateerde uitspraken>>>

Rechtsgeldigheid VvE besluit

ECLI:NL:GHDHA:2026:200 vve geschil over dakonderhoud en mandaat advocaat

27/02/2026
Rechtsgeldigheid VvE besluit

ECLI:NL:RBNHO:2026:1782 verplichting PWN om NAW-gegevens te verstrekken

27/02/2026
Rechtsgeldigheid VvE besluit

ECLI:NL:RBNHO:2025:15861 veroordeling oud-bestuurder tot afgifte VvE administratie

26/02/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.