De zaak in het kort
In een kort geding voor de Rechtbank Noord-Holland heeft de Vereniging van Eigenaren (VvE) succesvol een vordering ingediend tegen een bewoner die weigerde mee te werken aan onderhoudswerkzaamheden aan de standleidingen in zijn appartement. De rechtbank heeft de bewoner veroordeeld tot medewerking binnen een week na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom. Verder moet de bewoner de proceskosten betalen.
Het verloop van het proces en de feiten
De VvE, vertegenwoordigd door advocaat mr. J.P.H. Willems, spande een kort geding aan tegen een van haar leden die niet bereid was mee te werken aan noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden aan de standleidingen. De zaak werd behandeld op 8 april 2026, maar de gedaagde partij, hierna aangeduid als [gedaagde], verscheen niet voor de rechtbank. Hierdoor werd verstek verleend tegen [gedaagde].
De aanleiding voor het kort geding was dat de VvE tijdens een vergadering op 30 september 2025 had besloten om onderhoudswerkzaamheden uit te voeren aan de standleidingen. Dit besluit was onderdeel van de agenda van de vergadering en werd daar aangenomen. De VvE stelde dat er een spoedeisend belang was voor de uitvoering van deze werkzaamheden, gezien de aard van de vordering.
De rechtbank overwoog dat de vordering van de VvE niet onrechtmatig of ongegrond was, en besloot deze toe te wijzen. De VvE stelde dat de medewerking van [gedaagde] essentieel was voor de uitvoering van de werkzaamheden, omdat zonder zijn medewerking de werkzaamheden niet door konden gaan.
De beslissing van de rechtbank
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft in het vonnis bepaald dat [gedaagde] binnen een week na de betekening van het vonnis volledige en onvoorwaardelijke medewerking moet verlenen aan de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden aan de standleidingen. Dit houdt in dat [gedaagde] toegang moet verlenen aan de afgevaardigden van het bestuur van de VvE en de aannemers tot zijn woning, en zich moet houden aan de instructies van de aannemers.
Daarnaast is [gedaagde] veroordeeld tot het betalen van een dwangsom van € 1.000,00 voor elke dag (of dagdeel) dat hij niet aan deze veroordeling voldoet, tot een maximum van € 5.000,00. Mocht [gedaagde] dit maximum bereiken en nog steeds niet meewerken, dan is hij voorwaardelijk veroordeeld om zijn appartementsrecht tijdelijk te ontruimen voor de duur van de werkzaamheden. Dit kan afgedwongen worden door een gerechtsdeurwaarder.
Verder is [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten, die door de rechtbank zijn begroot op een totaalbedrag van € 1.837,02. Dit bedrag omvat de kosten van de dagvaarding, griffierecht, het salaris van de advocaat en de nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het onmiddellijk ten uitvoer kan worden gelegd, ondanks eventueel hoger beroep. Meer of anders gevorderde eisen van de VvE zijn door de rechtbank afgewezen. Het vonnis is op 10 april 2026 in het openbaar uitgesproken door mr. W.S.J. Thijs.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



