###
De zaak in het kort
In deze zaak speelt een kort geding tussen de Vereniging van Eigenaren (VvE) en een bewoner, aangeduid als [gedaagde], die niet is verschenen tijdens de zitting. De VvE heeft de rechtbank verzocht om [gedaagde] te dwingen medewerking te verlenen aan de onderhoudswerkzaamheden aan de standleidingen van het gebouw waarin hij woont. De voorzieningenrechter heeft de vorderingen van de VvE toegewezen en [gedaagde] veroordeeld om binnen een week na betekening van het vonnis volledig mee te werken aan de onderhoudswerkzaamheden, op straffe van een dwangsom.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding en een mondelinge behandeling op 8 april 2026. De gedaagde partij, [gedaagde], is niet verschenen tijdens deze behandeling, waarop de rechtbank verstek heeft verleend. Dit betekent dat de rechtbank de zaak zonder de aanwezigheid van de gedaagde heeft behandeld. In de dagvaarding, die als basis voor de procedure dient, heeft de VvE duidelijk gemaakt dat er een spoedeisend belang is bij de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden aan de standleidingen, die tijdens een vergadering van de VvE op 30 september 2025 zijn goedgekeurd.
De VvE benadrukt dat deze werkzaamheden essentieel zijn voor het behoud en de veiligheid van het gebouw. Zonder de medewerking van [gedaagde] kunnen de werkzaamheden niet worden uitgevoerd, wat risico’s met zich meebrengt voor alle bewoners. Daarom heeft de VvE de rechter gevraagd om een snelle beslissing te nemen.
De beslissing van de rechtbank
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de vordering van de VvE niet onrechtmatig of ongegrond is. Daarom heeft de rechtbank de vordering toegewezen en [gedaagde] veroordeeld om binnen een week na betekening van het vonnis volledig en onvoorwaardelijk mee te werken aan de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden. Dit houdt in dat hij toegang moet verlenen aan vertegenwoordigers van de VvE en aannemers, en zich moet houden aan hun instructies.
Daarnaast heeft de rechter bepaald dat [gedaagde] een dwangsom van € 1.000,00 moet betalen voor elke dag dat hij niet aan de veroordeling voldoet, met een maximum van € 5.000,00. Mocht [gedaagde] de maximale dwangsom verbeuren, dan kan de VvE hem ook dwingen zijn appartement tijdelijk te ontruimen voor de duur van de werkzaamheden, zoals toegestaan onder de artikelen 558 sub a jo 556 lid 1 jo 557 Rv.
Bovendien is [gedaagde] veroordeeld tot het betalen van de proceskosten, die in totaal € 1.837,02 bedragen, inclusief de kosten van de dagvaarding, griffierecht, salaris van de advocaat en nakosten. De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat het vonnis direct kan worden uitgevoerd, zelfs als [gedaagde] besluit in hoger beroep te gaan.
Deze uitspraak onderstreept het belang van medewerking aan noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden binnen een VvE en de juridische mogelijkheden om deze medewerking af te dwingen wanneer een bewoner zich verzet. Het vonnis biedt een duidelijk precedent voor vergelijkbare situaties waar een individuele bewoner de collectieve belangen van een VvE in gevaar brengt door gebrek aan medewerking.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




