De zaak in het kort
In deze civielrechtelijke kwestie staan de eigenaren van een appartementsrecht, aangeduid als [eisers], tegenover de Vereniging van Eigenaren (VvE) van hun appartementencomplex. Het geschil draait om de vraag of [eisers] zonweringen mogen plaatsen op hun dakterras zonder toestemming van de VvE. [eisers] beroepen zich op een uitzondering in de akte van onder-ondersplitsing, terwijl de VvE stelt dat voor de geplande constructie alsnog toestemming nodig is volgens het modelreglement dat van toepassing is op het complex.
Het verloop van het proces en de feiten
[eisers] zijn sinds 29 februari 2024 eigenaar van een appartementsrecht dat hen het exclusieve gebruik van een woning op de derde verdieping met een dakterras verschaft. Het appartementsrecht is onderdeel van een complex dat is ontstaan door een onder-ondersplitsing, waarbij de VvE werd opgericht. Het complex valt onder de bepalingen van het modelreglement van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, wat restricties oplegt aan wijzigingen die zichtbaar zijn aan het gebouw.
Volgens artikel 24.3 van het modelreglement is het aanbrengen van zonweringen aan het gebouw slechts toegestaan met toestemming van de VvE, tenzij anders bepaald in de akte. In de akte is een uitzondering gemaakt voor het appartementsrecht van [eisers], dat zonneschermen en windschermen mag plaatsen, zolang deze het draagvermogen van het dak niet overschrijden.
In mei 2024 verkregen [eisers] een omgevingsvergunning van de gemeente Maastricht voor het plaatsen van zonweringen. De VvE, in september 2024, wees hen erop dat hiervoor ook toestemming van de VvE nodig is. Desondanks menen [eisers] dat zij op basis van de akte geen toestemming nodig hebben van de VvE, zolang aan de voorwaarde van draagvermogen wordt voldaan.
Het meningsverschil resulteerde in een rechtszaak waarin [eisers] de rechtbank vroegen te verklaren dat zij zonder verdere toestemming van de VvE zonweringen mogen plaatsen. Tevens vroegen zij de rechtbank de VvE te verbieden het plaatsen van de zonweringen te verhinderen, onder dreiging van een dwangsom.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank analyseerde de relevante bepalingen van de akte en het modelreglement. Hoewel [eisers] stelden dat de akte hen toestond zonweringen te plaatsen zonder VvE-toestemming, concludeerde de rechtbank dat de uitzondering in de akte alleen geldt voor “zonneschermen” en niet voor “zonweringen” in het algemeen. De door [eisers] geplande constructie, omschreven als een voorziening met een zestal palen, werd niet gezien als een zonnescherm, maar als een bredere vorm van zonwering waarvoor toestemming vereist is.
De rechtbank benadrukte dat de constructie van [eisers] verder gaat dan een eenvoudig zonnescherm, gezien de technische ingrepen die nodig zijn voor installatie, zoals het verankeren in het terras en het aanbrengen van beton en chemische ankers. Dit impliceerde dat de constructie onder de bredere definitie van zonwering viel, waarvoor toestemming van de VvE nodig is volgens artikel 24.3 en 25 van het modelreglement.
Bijgevolg wees de rechtbank de vorderingen van [eisers] af. Omdat de constructie niet voldeed aan de in de akte genoemde uitzonderingen, was toestemming van de VvE vereist. De rechtbank veroordeelde [eisers] ook in de proceskosten, die op € 2.094,00 werden begroot.
De uitspraak onderstreept het belang van het onderscheiden tussen verschillende vormen van zonwering en de strikte naleving van modelreglementen en akten van onder-ondersplitsing binnen VvE’s, vooral wanneer het gaat om zichtbare veranderingen aan gebouwen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



