De zaak in het kort
In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag een beschikking gegeven over voorlopige voorzieningen in een echtscheidingsprocedure tussen een vrouw en een man. De vrouw heeft verzocht om het exclusieve gebruik van de echtelijke woning en het toevertrouwen van de minderjarige kinderen aan haar. Daarnaast heeft zij verzocht om de opschorting van het contact tussen de man en de kinderen wegens zorgen over de psychische gezondheid van de man. De man heeft verzocht om een zorgregeling waarbij de kinderen ook tijd met hem doorbrengen. Beide partijen hebben afspraken gemaakt over de verdeling van de hypotheeklasten en kinderalimentatie.
Het verloop van het proces en de feiten
De rechtbank heeft de zaak behandeld op 9 januari 2026. Beide partijen waren aanwezig, bijgestaan door hun advocaten, evenals een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming. Het verzoek van de vrouw omvatte verschillende punten: het gebruik van de echtelijke woning, toevertrouwing van de kinderen, opschorting van het contact tussen de man en de kinderen en financiële regelingen. De vrouw maakte zich zorgen over de veiligheid van de kinderen bij de man wegens zijn psychiatrische problematiek. De man gaf aan dat hij nu stabiel is en medicatie gebruikt, en hij ontkende bedreigingen of suïcidale neigingen te hebben geuit.
De kinderen, geboren in 2021 en 2023, zijn nog minderjarig en beide ouders hebben gezag over hen. Partijen zijn overeengekomen dat de man de hypotheeklasten en VvE-kosten van de echtelijke woning betaalt, terwijl de vrouw het gebruik van de auto op zich neemt. Er zijn afspraken gemaakt over de betaling van kinderalimentatie door de man.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank heeft geoordeeld dat de vrouw het exclusieve gebruik van de echtelijke woning krijgt en dat de kinderen voorlopig aan haar worden toevertrouwd. De rechtbank heeft bepaald dat het contact tussen de man en de kinderen plaatsvindt onder begeleiding van een jeugdconsulent, mevrouw [naam 2], totdat een traject omgangsbegeleiding kan starten. De rechtbank heeft de Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden van omgang tussen de man en de kinderen, gezien zijn psychische kwetsbaarheid.
De rechtbank heeft tevens de financiële regelingen tussen de partijen vastgelegd. De man zal een voorlopige kinderalimentatie van €152,- per kind per maand betalen en de hypotheeklasten van de echtelijke woning blijven dragen. Deze beslissingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat ze onmiddellijk in werking treden.
De rechtbank heeft beide partijen aangemoedigd om mee te werken aan de voorgestelde zorgregeling en om zich in te zetten voor een succesvolle omgang met de kinderen. De zaak zal verder worden behandeld in de bodemprocedure van de echtscheiding, waarbij de uitkomsten van het onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming en het verloop van het traject omgangsbegeleiding zullen worden meegenomen.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




