De zaak in het kort
In deze zaak heeft de Vereniging van Eigenaren (VVE) Palmstraat 3 in Amsterdam een opstalverzekering bij Achmea en heeft waterschade gemeld die zij vergoed willen zien. Achmea heeft dekking voor deze schade geweigerd en de VVE moet nu bewijzen dat de schade onder de dekking van de verzekering valt. De rechtbank Gelderland moet beslissen of de waterschade aan de eisen van de verzekeringspolis voldoet.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een tussenvonnis op 28 mei 2025 en een mondelinge behandeling op 8 september 2025. De VVE heeft de waterschade op 17 april 2023 bij Achmea gemeld. De schade betrof het plafond van een appartement aan de Palmstraat in Amsterdam. De lekkage was al eerder, in juni 2022, ontstaan.
Een loodgieterbedrijf heeft in november 2022 werkzaamheden uitgevoerd om de lekkage te verhelpen, maar de lekkage bleef bestaan. In maart 2023 ontdekte een ander loodgieterbedrijf dat de lekkage afkomstig was van een balkonkast bij een ander appartement, waar een cv-ketel stond. De VVE claimde dat de waterschade het gevolg was van een kapotte vulkraan in de cv-kast, terwijl Achmea stelde dat regenwater en constructiefouten de schade hadden veroorzaakt.
De polisvoorwaarden van de opstalverzekering bepalen dat schade door water uit een waterinstallatie gedekt is als deze plotseling kapot is, maar Achmea betwist dat de vulkraan plotseling kapot is gegaan. Ook betwiste Achmea dat de vulkraan überhaupt kapot was, en stelde dat deze enkel niet goed was dichtgedraaid. Achmea baseerde haar afwijzing op een expertiserapport dat stelde dat de schade het gevolg was van langdurige lekkage door constructiefouten.
De beslissing van de rechtbank
De rechtbank besloot dat het aan de VVE is om te bewijzen dat de schade door een gedekte gebeurtenis, zoals een lekkende vulkraan, is veroorzaakt. De VVE moet bewijzen dat de lekkage inderdaad door een plotseling defect aan de vulkraan is ontstaan, zoals vereist door de polisvoorwaarden.
De rechtbank heeft de VVE daarom opgedragen om bewijs te leveren voor hun stelling dat de waterschade is veroorzaakt door een lekkende vulkraan. Dit kan door middel van getuigen, bewijsstukken of andere bewijsmiddelen. De zaak is aangehouden voor verdere beslissingen, waarbij de VVE de gelegenheid krijgt om bewijs te leveren. De rechtbank heeft aangegeven dat er mogelijk een mondelinge behandeling zal plaatsvinden na de getuigenverhoren om te onderzoeken of partijen het op bepaalde punten eens kunnen worden.
De VVE moet uiterlijk op 15 oktober 2025 aangeven of zij bewijs wil leveren en op welke manier. De partijen moeten ook rekening houden met een getuigenverhoor en alle beschikbare bewijsstukken tijdig indienen. De rechtbank houdt elke verdere beslissing aan totdat het bewijs is geleverd.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




