VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBGEL:2025:11953 Verzekeringsdekking bij waterschade betwist

by VvERechstpraak.nl
17/04/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

De Vereniging van Eigenaren (VVE) van een appartementencomplex in Amsterdam heeft een opstalverzekering afgesloten bij Achmea Schadeverzekeringen N.V. Na het ontstaan van waterschade aan een van de appartementen, meldde de VVE deze schade bij Achmea. Achmea weigerde echter dekking onder de verzekering vanwege de overtuiging dat de schade niet binnen de voorwaarden van de dekking viel. De VVE stelde dat de waterschade het gevolg was van een defecte vulkraan in een cv-kast, een gebeurtenis die volgens hen wel gedekt zou moeten zijn. De rechtbank Gelderland moest beslissen of de VVE kon aantonen dat de schade binnen de dekking van de verzekering viel.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBOVE:2026:2045 beroep tegen WOZ-waarde woning gegrond verklaard

ECLI:NL:RBLIM:2026:2977 kort geding kinderopvang aanbesteding Limburg

ECLI:NL:RBAMS:2026:3312 VvE verantwoordelijk voor herstel vochtproblemen en schadevergoeding

Het verloop van het proces en de feiten

De VVE ontdekte in juni 2022 waterschade aan het plafond van een appartement. In november 2022 werden er reparaties uitgevoerd door een loodgieterbedrijf, maar de lekkage bleef een probleem. Een tweede loodgieterbedrijf ontdekte in maart 2023 dat de oorzaak van de lekkage bij een vulkraan in een cv-kast op het balkon lag. Deze bevindingen werden in een e-mail en in een verklaring vastgelegd.

Op 17 april 2023 meldde de VVE de waterschade bij Achmea. In de polisvoorwaarden van de opstalverzekering staat dat schade door water uit een waterinstallatie die plotseling kapot is, gedekt kan zijn. Echter, schade die het gevolg is van slecht onderhoud of niet-plotselinge defecten is uitgesloten van dekking. Achmea baseerde haar weigering op een expertiserapport dat concludeerde dat de waterschade door constructiefouten en slecht onderhoud was ontstaan, en niet door een plotseling defecte installatie.

De VVE eiste dat Achmea de schade zou dekken en een bedrag van €32.354,65 zou uitkeren, naast bijkomende kosten. Achmea verweerde zich door aan te voeren dat de schade niet het gevolg was van een plotseling defect en dat er geen bewijs was voor een gedekte gebeurtenis.

De beslissing van de rechtbank

De rechtbank oordeelde dat het aan de VVE was om te bewijzen dat de waterschade het gevolg was van een gedekte gebeurtenis, namelijk een plotseling defecte vulkraan. De rechtbank stelde vast dat er onvoldoende bewijs was om direct de oorzaak van de schade te bepalen. Hoewel de VVE voldoende argumenten had aangevoerd om hun claim te onderbouwen, had Achmea de stellingen ook voldoende betwist.

De rechtbank besloot dat de VVE in de gelegenheid moest worden gesteld om bewijs te leveren dat de waterschade inderdaad veroorzaakt was door de lekkende vulkraan. De VVE kreeg de opdracht om met bewijsmateriaal te komen door middel van getuigenverklaringen of andere bewijsstukken. Een datum voor een mogelijke getuigenverhoor werd vastgesteld, waarbij beide partijen werden opgedragen om alle relevante bewijsstukken tijdig aan de rechtbank en de wederpartij te overleggen.

De rechtbank hield een definitieve beslissing aan, in afwachting van het door de VVE te leveren bewijs. Hiermee werd de VVE in de positie geplaatst om de aangevoerde schadeoorzaak te bewijzen, terwijl Achmea haar standpunt van de afwijzing kon blijven verdedigen tot er meer duidelijkheid zou zijn over de oorzaak van de schade.

ADVERTISEMENT

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBAMS:2026:3244 Vordering voorschot schadevergoeding woning gebreken afgewezen

Next Post

ECLI:NL:RBMNE:2025:7824 Verzoek om toegang voor geluidsonderzoek afgewezen

Gerelateerde uitspraken>>>

Verjaring in de VvE

ECLI:NL:RBOVE:2026:2045 beroep tegen WOZ-waarde woning gegrond verklaard

16/04/2026
Verjaring in de VvE

ECLI:NL:RBLIM:2026:2977 kort geding kinderopvang aanbesteding Limburg

16/04/2026
Verjaring in de VvE

ECLI:NL:RBAMS:2026:3312 VvE verantwoordelijk voor herstel vochtproblemen en schadevergoeding

12/04/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.