De zaak in het kort
In een zaak voor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden stond de vraag centraal of DCS Taxatie & Advies B.V. en haar bestuurder [appellant] een beroepsfout hadden gemaakt die leidde tot een aanzienlijke schadeclaim van de Vereniging van Eigenaars (VvE). De kwestie draaide om de taxatie van een gebouwencomplex, waarbij de taxateur een te lage herbouwwaarde had vastgesteld. Deze fout resulteerde in onderverzekering, waardoor de VvE na een brand niet de volledige schade vergoed kreeg. Het hof oordeelde dat er sprake was van een beroepsfout en stelde DCS en [appellant] aansprakelijk, maar matigde de schadevergoeding tot € 500.000,- vanwege de slechte financiële positie van de betrokkenen.
Het verloop van het proces en de feiten
Het geschil begon toen de VvE DCS en [appellant] aansprakelijk stelde voor de schade die zij leed door onderverzekering. De VvE beweerde dat de taxatie van het gebouwencomplex in 2015 onjuist was uitgevoerd, wat leidde tot een te laag verzekerde waarde. In eerste aanleg had de rechtbank Gelderland de vordering van de VvE toegewezen, waarna DCS en [appellant] hoger beroep instelden.
Tijdens het hoger beroep voerden DCS en [appellant] aan dat de VvE haar waarheidsplicht had geschonden door te verzwijgen dat zij de verwoeste zijvleugels niet wilde of kon herbouwen. Het hof verwierp deze stelling, aangezien de VvE voldoende had onderbouwd dat zij wel degelijk van plan was de zijvleugels te herbouwen, maar daartoe financieel niet in staat was vanwege de onderverzekering.
DCS en [appellant] betwistten ook dat er sprake was van een beroepsfout. Zij beweerden dat de slechte staat van de zijvleugels bewust niet was meegenomen in de taxatie, en dat een compensatie in het taxatierapport was verwerkt. Het hof oordeelde echter dat de taxatie “apert onjuist” was, aangezien het taxatierapport een aanzienlijk lager bouwvolume vermeldde dan de werkelijkheid. Dit leidde tot een ernstige beroepsfout.
Ten aanzien van de persoonlijke aansprakelijkheid van [appellant] oordeelde het hof dat hij als enige medewerker van DCS de taxatie persoonlijk had uitgevoerd en daarbij niet de zorgvuldigheid had betracht die van een redelijk handelend vakgenoot mocht worden verwacht.
De beslissing van de rechtbank
Het hof bekrachtigde de eerdere vonnissen van de rechtbank, maar matigde de schadevergoeding tot € 500.000,- vanwege de slechte inkomens- en vermogenspositie van DCS en [appellant]. Het hof achtte de oorspronkelijke schadevergoeding van ruim € 775.000,- kennelijk onaanvaardbaar gezien de omstandigheden, waaronder de leeftijd van [appellant] en het feit dat de fout niet opzettelijk was begaan.
DCS en [appellant] werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de gematigde schadevergoeding, vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast werden zij veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de VvE.
In zijn oordeel wees het hof erop dat er geen bewijs was geleverd van stilzwijgende overeenstemming over de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van DCS, die een beperking van aansprakelijkheid bevatten. Daarom konden DCS en [appellant] zich niet beroepen op deze voorwaarden.
Het hof vond ook dat er een causaal verband bestond tussen de beroepsfout en de geleden schade. Zonder de fout zou de VvE de volledige herbouwwaarde hebben verzekerd en uitbetaald gekregen, wat de onderverzekering en de daaruit voortvloeiende financiële problemen had voorkomen.
Al met al bekrachtigde het hof de aansprakelijkheid van DCS en [appellant] voor de schade die de VvE had geleden, terwijl het rekening hield met de verzachtende omstandigheden bij het vaststellen van de hoogte van de schadevergoeding.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.




