De zaak in het kort
Deze tuchtprocedure betrof een klacht tegen een notaris die een bepaling in een splitsingsakte had opgenomen die niet was overgenomen in de opvolgende leveringsakte van een appartementsrecht. De kern van de klacht was dat er een juridische verplichting was opgenomen in de splitsingsakte die volgens de klager in strijd was met het Burgerlijk Wetboek. De klacht werd deels gegrond verklaard door het gerechtshof Amsterdam, wat leidde tot een waarschuwing voor de notaris.
Het verloop van het proces en de feiten
De klacht tegen de notaris werd aanvankelijk behandeld door de kamer voor het notariaat in het ressort ’s-Hertogenbosch, die de klacht ongegrond verklaarde. De klager, Van As Beheer B.V., ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam. De zaak betrof een splitsingsakte van 11 mei 2021 waarin een vereniging van eigenaren werd opgericht en een reglement van splitsing werd vastgesteld. In deze splitsingsakte was onder andere vastgelegd dat eigenaren van de appartementsrechten verplicht waren om verhuurovereenkomsten uitsluitend via een door de vereniging van eigenaren aangewezen partij te sluiten. Deze verplichting was echter niet opgenomen in de leveringsakte van 18 december 2023, waarbij een appartementsrecht werd geleverd aan de klager.
De klager stelde dat de notaris hiermee een fout had gemaakt. Het eerste klachtonderdeel betrof de inhoud van de splitsingsakte zelf, waarbij de klager beweerde dat de verplichting om uitsluitend met een bepaalde partij te verhuren, in strijd was met het Burgerlijk Wetboek. Het tweede klachtonderdeel richtte zich op het feit dat deze verplichting niet in de leveringsakte was opgenomen, terwijl dit wel had gemoeten volgens de klager.
Tijdens de behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof de feiten zoals vastgesteld door de kamer voor het notariaat overgenomen, omdat beide partijen hiertegen geen bezwaar hadden gemaakt. De notaris erkende dat de verplichting niet was opgenomen in de leveringsakte en gaf aan dat er een herstelactie in gang was gezet om dit te corrigeren.
De beslissing van de rechtbank
Het gerechtshof Amsterdam verklaarde het eerste klachtonderdeel ongegrond. Het hof oordeelde dat de vraag of de splitsingsakte een rechtsgeldige kwalitatieve verplichting bevatte, niet relevant was in het kader van deze tuchtprocedure. Het hof stelde vast dat de notaris niet onzorgvuldig had gehandeld bij het opstellen van de splitsingsakte.
Het tweede klachtonderdeel werd gegrond verklaard. Het hof oordeelde dat de notaris onzorgvuldig had gehandeld door de verplichting niet in de akte van levering op te nemen. De notaris had erkend dat dit een fout was en beloofde correctieve maatregelen. Desondanks vond het hof dat een waarschuwing op zijn plaats was vanwege de onzorgvuldigheid.
Daarnaast besloot het hof de notaris te veroordelen tot het betalen van de proceskosten, inclusief het griffierecht dat de klager had betaald, en de kosten voor de behandeling van de klacht door het hof. Door deze beslissingen werd de eerdere uitspraak van de kamer vernietigd en gaf het hof een nieuwe beslissing, inclusief een kostenveroordeling voor de notaris.
Deze zaak illustreert de verantwoordelijkheid van notarissen om splitsingsakten nauwkeurig op te stellen en te zorgen dat alle relevante bepalingen worden overgenomen in opvolgende leveringsakten, om juridische problemen voor eigenaren van appartementsrechten te voorkomen. Het is een voorbeeld van hoe tuchtprocedures bijdragen aan het waarborgen van de kwaliteit en zorgvuldigheid in het notariaat.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



