VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
VvErechtspraak.nl
Geen resultaten
Bekijk alle resultaten

ECLI:NL:RBNHO:2026:4154 – goedkeuring factuur VvE en btw-correctie

by VvERechstpraak.nl
26/04/2026
Reading Time: 2 mins read
A A
0

De zaak in het kort

In deze zaak, behandeld door de rechtbank Noord-Holland, was er een geschil tussen de besloten vennootschap DHB Bouw B.V. en de vereniging van eigenaren (VvE) van een appartementencomplex. Het conflict ontstond na een grootschalige renovatie waarbij er onenigheid was over de betaling van een factuur van DHB. De centrale vraag was of de VvE de openstaande factuur van DHB moest betalen, inclusief een btw-correctie, en of de VvE een beroep kon doen op het consumentenrecht om de meerwerkovereenkomst te vernietigen.

Gerelateerde uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2026:3891 kort geding over bestuursgeschil binnen VvE

ECLI:NL:GHAMS:2026:1045 Klacht tegen notaris over splitsingsakte afgehandeld

ECLI:NL:RBROT:2026:3522 VvE-lid mag betaling niet opschorten, incassokosten verschuldigd

Het verloop van het proces en de feiten

In de periode 2023-2024 vond een renovatieproject plaats voor het appartementencomplex met de naam ‘Kolommenherstel’. De VvE had een overeenkomst met DHB Bouw B.V. voor een deel van het werk, met een aanneemsom van € 38.192,93. De overeenkomst werd ondertekend door een toenmalige zelfstandig bevoegde bestuurder van de VvE, [bedrijf 1] B.V. Het project werd voltooid en op 29 april 2024 opgeleverd. Desondanks bleef de VvE een factuur van DHB, ter waarde van € 3.089,03, grotendeels onbetaald. Een deelbetaling van € 990,70 werd later in 2025 door de VvE gedaan.

DHB vorderde de resterende betaling van € 2.492,24, inclusief wettelijke rente en kosten, omdat de VvE in verzuim was met de betaling van de factuur. Daartegenover vorderde de VvE een terugbetaling wegens betwiste meerwerkposten en een vermeende incorrecte btw-berekening. De VvE stelde dat de meerwerkovereenkomst vernietigbaar was onder het consumentenrecht, aangezien zij niet volledig geïnformeerd was over de extra kosten.

Tijdens de zitting bleek echter dat [bedrijf 1], de voormalig bestuurder van de VvE, in een verklaring had bevestigd dat er overeenstemming was bereikt over het meer- en minderwerk met DHB. Dit goedkeuring van de destijds bevoegde bestuurder ondersteunde de vordering van DHB.

De beslissing van de rechtbank

De kantonrechter oordeelde dat de VvE geen beroep kon doen op het consumentenrecht omdat zij een rechtspersoon is en niet als consument kan worden beschouwd. Het argument van de VvE dat zij een met consumenten vergelijkbare positie innam, werd verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.

De rechtbank besliste dat de goedkeuring van het meer- en minderwerk door de voormalig bestuurder bindend was, waardoor de factuur van DHB, inclusief de verrekening van het meer- en minderwerk, toewijsbaar was. Het argument van de VvE dat DHB dubbele meerwerkposten had berekend, werd niet gegrond bevonden.

Verder erkende de rechtbank de noodzaak van een btw-correctie op een deel van het werk, waarbij werd besloten dat de VvE een bedrag van € 242,10 in mindering mocht brengen op de gevorderde som. Na deze verrekening bleef een bedrag van € 2.262,92 over dat de VvE aan DHB moest betalen.

ADVERTISEMENT

De rechtbank veroordeelde de VvE tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 30 april 2024. De VvE werd ook veroordeeld in de proceskosten van DHB, begroot op € 1.178,85, waarbij de kosten in reconventie op nihil werden gesteld gezien de samenhang van de vorderingen.

In conclusie moest de VvE de openstaande factuur betalen, inclusief correcties, en werden de reconventionele vorderingen van de VvE grotendeels afgewezen. De kantonrechter verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Lees de originele uitspraak hier.

Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.

ShareSendSend
Previous Post

ECLI:NL:RBGEL:2026:2925 – verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap en woningovername

Next Post

ECLI:NL:RBLIM:2026:3104 VvE-lid niet gebonden aan exploitatieovereenkomst ReDo

Gerelateerde uitspraken>>>

Rechtsgeldigheid VvE besluit

ECLI:NL:RBNHO:2026:3891 kort geding over bestuursgeschil binnen VvE

26/04/2026
Rechtsgeldigheid VvE besluit

ECLI:NL:GHAMS:2026:1045 Klacht tegen notaris over splitsingsakte afgehandeld

26/04/2026
Rechtsgeldigheid VvE besluit

ECLI:NL:RBROT:2026:3522 VvE-lid mag betaling niet opschorten, incassokosten verschuldigd

25/04/2026

VvErechtspraak.nl

  • Contact
  • Over ons

Bezoek ook eens

Nederlandvve

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.

Geen resultaten
Bekijk alle resultaten
  • VvE beheer
  • VvE-Incasso
  • Aansprakelijkheid bestuur
  • Procesrecht
  • Overlast en hinder
  • Onderhoud
  • Overige categorieën
    • Bestemming van het appartement
    • Diversen
    • Lekkage en andere schade
    • Rechtsgeldigheid VvE besluit
    • Verbouwingen
    • Verduurzaming
    • Verjaring in de VvE
    • Vervangende machtiging
    • Wijzigingen van de splitsingsakte

Alle rechten onder voorbehoud © 2025 VvE Rechtspraak.