De zaak in het kort
De rechtszaak betreft een kort geding aangespannen door een groep eigenaren van appartementen in een gebouw, die tevens leden zijn van de Vereniging van Eigenaren (VvE). De eisers stelden dat er een spoedeisend belang was omdat er onduidelijkheid en risico’s waren rond het financieel beheer van de VvE door het ontbreken van een goed functionerend bestuur. Zij eisten onder meer de aanstelling van een tijdelijke beheerder en de uitvoering van eerder genomen maar betwiste besluiten. De rechtbank oordeelde echter dat er geen spoedeisend belang meer was nadat een nieuwe voorzitter was benoemd tijdens een Algemene Ledenvergadering (ALV). Hierdoor werden de vorderingen van de eisers afgewezen en werden zij veroordeeld in de proceskosten.
Het verloop van het proces en de feiten
De procedure begon met een dagvaarding waarin de eisers, allen appartementsrecht-eigenaren, meerdere vorderingen indienden tegen de VvE van hun gebouw. De VvE was opgericht in november 2020 en had sindsdien te maken met bestuurlijke onenigheden. Tijdens een ALV op 8 oktober 2025 werden verschillende besluiten genomen, zoals de aanstelling van nieuwe bestuursleden en een nieuwe beheerder. Echter, door ongeldige stemmen ontstond er twijfel over de geldigheid van sommige besluiten.
Een tweede ALV op 27 oktober 2025 herzag deze besluiten, maar er bleven onenigheden bestaan. Twee eigenaren, optredend als controlecommissie, constateerden dat sommige stemmen ongeldig waren vanwege formele tekortkomingen. Als gevolg van deze onenigheid legden enkele bestuursleden, waaronder de eisers, hun taken neer.
In maart 2026 werd een nieuwe ALV gehouden, waarin [betrokkene 2] als nieuwe voorzitter werd gekozen. De eisers eisten daarop in kort geding dat een tijdelijke beheerder zou worden aangesteld totdat een definitieve bestuursbeslissing kon worden genomen tijdens een ALV. Tevens vroegen zij om de uitvoering van de rechtsgeldige besluiten van de eerdere ALV’s. De VvE voerde verweer tegen deze vorderingen.
De beslissing van de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het spoedeisend belang van de eisers was komen te vervallen omdat er inmiddels een nieuwe voorzitter was benoemd tijdens de ALV van 16 maart 2026. De benoeming van deze nieuwe voorzitter zorgde volgens de rechtbank voor een rechtsgeldige en democratische invulling van het bestuur, waardoor het door eisers gestelde spoedeisend belang niet meer bestond.
De rechtbank benadrukte dat beide partijen er het meest bij gebaat waren als de communicatie binnen de VvE weer in normale banen werd geleid, zoals voorzien in de statuten van de vereniging. De nieuwe voorzitter, [betrokkene 2], moest volgens de rechtbank de tijd krijgen om dit doel te bereiken.
Als gevolg hiervan werden de vorderingen van de eisers afgewezen en werden zij veroordeeld in de proceskosten, die werden begroot op een totaal van € 2.101,00. De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wees het meer of anders gevorderde af. Het vonnis werd uitgesproken op 16 april 2026 door mr. A.H. Schotman.
Lees de originele uitspraak hier.
Disclaimer: Deze samenvatting is automatisch gegenereerd en kan daardoor fouten bevatten.
Raadpleeg altijd de originele uitspraak.



